Wie de broek past
Al een paar maanden was ik ze meer dan beu. Die schoenen. Van die halfhoge mannenlaarsjes. Een collega zei laatst nog dat ik van die gave schoenen had, met zo’n versleten uitstraling, alsof ik een cowboy was die net de woestijn door was gelopen. Zo had ik ze niet gekocht. Ze begonnen ook smerig te ruiken. Ik moest echt nieuwe. Maar het salaris van die maand was niet afgestemd op mijn behoefte aan nieuw schoeisel, er waren namelijk al schoenen gekocht voor de kinderen.
Versleten
Elke maand was er wel iets waar het geld aan op ging. Die schoenen raakten nog meer versleten. En er kwam een gat in mijn broek. ‘Wordt het niet eens tijd dat jij een fatsoenlijke broek koopt en een paar nieuwe schoenen,’ zei mijn vrouw.
‘Ja, ik ben het helemaal met je eens. Zal ik morgen naar de winkel gaan?’
‘Misschien kun je toch beter nog twee weekjes wachten,’ klonk het dan even later. ‘Er is al genoeg geld opgegaan aan kleren deze maand.’ Dat waren dan broeken voor de kinderen, of dat leuke nieuwe truitje van mijn vrouw.
Uitverkoop
Maar het is eindelijk januari, de maand van de grote uitverkoop! Op mijn versleten zolen en met een gat in mijn broek waar de punt van mijn sleutel telkens doorheen kwam piepen, liep ik de schoenenwinkel binnen. Bij de mannenschoenen trof ik allemaal laarsjes aan. Ik was ze eigenlijk al beu. Ik zocht een paar uit dat goed paste en rekende af. ‘Zo, kan ik weer een jaar vooruit,’ zei ik. De kassajuffrouw en twee vrouwen die achter me stonden, schoten in de lach. Ik was serieus, maar voor vrouwen is zo’n uitspraak blijkbaar erg grappig.
Korte beentjes
Daarna ging ik op jacht naar nieuwe spijkerbroeken. Dat was een hele onderneming, want vind maar eens broeken in mijn maat. Of er zijn heel veel mannen met dezelfde maat als ik die steeds eerder bij de broeken zijn dan ik, of ik heb gewoonweg een uniek lichaam. Ik heb maat 34 / 32 (beetje buik, beetje been). Ik moet altijd stapels broeken doorspitten voordat ik er een vind die past. Hingen broeken maar gesorteerd op maat. Dan hoefde je niet lang te zoeken naar broeken die passen. Nu zoek ik een leuke broek uit om daarna te ontdekken dat er geen enkele tussen hangt die mij past.
Supermarkt
‘Dat ziet eruit als een nieuwe broek,’ zei de man die gisteren achter mij stond in de rij bij de supermarkt. Ik knikte en zag dat zijn vrouw hem een stoot gaf met haar elleboog. ‘Staat je leuk hoor,’ zei ze, waarna ze naar me glimlachte.
‘Dank je.’
‘Maat vierendertig, tweeëndertig zeker,’ zei de man.
‘Ja. Korte beentjes hè,’ zei ik, terwijl ik probeerde mijn buik in te houden. ‘Knap dat je dat ziet.’
‘Ik kan het lezen.’
Kort daarna liep ik de supermarkt uit met een zak broodjes, een blik knakworsten en een plakkerig strookje doorzichtig plastic met daarop een rij getallen, dat ik even daarvoor van mijn broek had afgetrokken.

