Vakantiepraat

wernerblog

Als deze week nog een keer mij de vraag wordt gesteld hoe mijn vakantie was, dan draai ik door. Het zal best lief bedoeld zijn en ik zal echt niet gaan slaan met kantoorartikelen, maar misschien dat ik gewoon wegloop om mij even af te zonderen op het toilet. Want ik ben er klaar mee. Ik kan die vraag niet meer aanhoren. En ik wil er al helemaal geen antwoord langer dan twee woorden meer op geven.

Weerpraatje
Maar ik kom er niet onderuit. Eigenlijk heb ik gewoon veel te veel collega’s. En ze zijn ook allemaal zo sociaal. Bah. Dat vakantieriedeltje komt telkens weer terug. Ook de verslagen van andere collega’s heb ik diverse malen moeten aanhoren. Het begint altijd hetzelfde, met een praatje over het weer. Waarom moet het hier in Nederland nou altijd over het weer gaan? Alsof dat ertoe doet? Kinderen trekken zich geen ene moer aan van de regen. Maar paps en mams schieten in de stress, want wat moeten we straks zeggen wanneer we die vervelende vraag gesteld krijgen? ‘Onze vakantie. Die was verschrikkelijk. Er viel nota bene regen!’

Aardrijkskunde
Vervolgens krijgt het praatje een topografisch karakter. Er wordt een plaatsnaam uitgesproken die geen mens herkent, alleen de lui die daar ooit hun tentje hebben opgezet. Maar dat weet de vakantieganger, dus die noemt vervolgens de naam van een stad van middelgroot formaat die in de nabije omgeving is te vinden. En wat doen we dan allemaal? Knikken. En wat zeggen we dan: ‘Oh ja, heb ik wel eens van gehoord.’ Helemaal niet. Al die namen bij die stippen van die landkaarten van aardrijkskunde, die zitten ergens onvindbaar weggestopt in je hersenen. En als je het al niet in je brein kunt vinden, dan kun je het in de werkelijke wereld al helemaal niet vinden.

Vrijheid blijheid
En dan komt het moment waar het allemaal om draait, de derde akte: een zinderend verslag van drie weken ‘vrijheid blijheid’. Ik krijg het gevoel dat ik mijn eigen vakantie moet verkopen, als ware ik medewerker van een reisbureau. Dus vertel ik maar wat. Niet telkens hetzelfde. Ik heb er een hekel aan om iedere keer hetzelfde verhaal op te rakelen. Daarom belicht ik telkens een ander aspect van de vakantie. Het kan best gebeuren dat de ene collega te horen krijgt dat het een geweldige vakantie was, maar dat een ander die later komt te horen krijgt dat ik het helemaal niets vond. Dat ligt aan mijn stemming op dat moment, of aan hoe snel ik van die collega af wil zijn.

Tweedimensionale bergen
De meeste collega’s die veinzen interesse te hebben in mijn vakantie, komen eigenlijk vooral om zelf te vertellen over wat ze hebben meegemaakt. Zodra ze een bruggetje kunnen slaan tussen wat ik vertel en wat ze zelf hebben meegemaakt, dan zullen ze het niet laten om de rol van verteller van mij over te nemen. Ze slingeren hun achterwerk bovenop mijn bureau, trekken het toetsenbord van mijn computer naar zich toe en tikken het adres van hun website in. Want alle foto’s van de vakantie staan natuurlijk op het wereldwijde web. En dan zit ik vervolgens een halfuur te loeren naar de vakantiefoto’s van een ander met daarop tweedimensionale bergen, of kinderen die met een verveelde blik naar een boom staan te staren.

Berg, weer een berg
En dan kan ik het niet laten om rot te gaan doen. Dan benoem ik alles wat op die foto’s te zien valt: ‘Berg, weer een berg. Bomen, nog meer bomen. He, weer een berg. En die berg lijkt een beetje op een blote vrouw. Heb je dat gezien joh? Ga nog eens terug. Ja echt, zie je dat daar, dat zijn de..’ En dan gaan ze meestal weg, omdat ze nog wat werk hebben liggen dat met spoed moet worden opgepakt. Maar binnen het uur staat er alweer een ander aan mijn bureau: ‘En? Hoe was je vakantie?’

CC foto: mandolin davis