Twee mannen en een broek
Wij liepen door de winkelstraat op weg naar mijn broodje döner, want ik had mijn collega gebeld en het volgende tegen hem gezegd: ‘Ik heb echt ontzettend zin in een broodje döner en ik weet zeker dat jij nu ook denkt: lekker, daar heb ik echt even behoefte aan.’ Maar het antwoord was niet wat ik ervan had verwacht: ‘Nee. Ik was eigenlijk van plan om de stad in te gaan om een broek te kopen. Maar ik loop wel een eind met je mee. Half een?’
Linksaf
Het was iets over half een en wij waren op weg naar mijn lunch. ‘Moet jij niet linksaf hier?’ vroeg ik, want hij had gezegd naar welke kledingzaak hij ging en rechtdoor lopen was om voor hem.
‘Nee, ik loop wel met jou mee.’
Samen zondigen
‘Neem je dan toch een broodje?’ vroeg ik hoopvol, want ik wilde liever samen zo’n smerig, vet broodje eten dan alleen. Het is niet alsof je met zijn tweeën de calorieen eerlijk deelt, dus eigenlijk slaat het nergens op. Maar toch voelt het beter om samen te zondigen, dan alleen.
Helaas liet hij zich niet overreden. Hij hield zich sterk. Dat kwam waarschijnlijk door die broek die hij ging kopen. Zijn broekmaat confronteerde hem met wie hij was, want mijn pauzepartner loopt een aantal kilo op mij voor. We hebben dezelfde lengtemaat, maar die andere maat is bij hem wat ruimer. ‘Vijfendertig,’ zei hij. ‘Maar dat verkopen ze niet, dus zesendertig.’ Ineens voelde ik mijzelf met mijn maatje vierendertig heel gelukkig. Ik nam tevreden een hap van mijn broodje vlees.
Tikkeltje homo
Omdat hij zo sterk was, besloot ik dat ook te zijn. Ik ging met hem mee om een broek voor hem te zoeken, ook al was het een tikkeltje homo. Eigenlijk vond ik dat we tijdens het uitzoeken van een prima passende broek, het best naar ons zin mochten hebben. Als het normaal wordt gevonden dat vrouwen met elkaar de stad aflopen, mogen mannen dat ook zonder dat er meteen van ze wordt gedacht dat ze homo zijn. Een prima standpunt, vonden wij, alleen vonden wij het veel leuker om er ontzettend homo bij te doen.
‘Wat vind je van deze?’ vroeg hij. ‘Beeeeeldig, vind je niet?’
Passen
‘Je moet hem toch even aantrekken. Als je er een lekker kontje in hebt mag je hem daarna weer heel snel uittrekken,’ zei ik.
‘Ik pas hier nooit broeken,’ zei hij, waarbij hij even uit zijn rol viel. ‘Deze maat past me, dat weet ik, want alles wat ik hier koop in deze maat, dat past, dat hoef ik niet uit te proberen.’ Hij zei het heel erg stellig, maar ik hoefde alleen maar op die ene speciale manier naar hem te kijken, om hem aan het twijfelen te krijgen. ‘Verdomme,’ zei hij en hij liep naar de pashokjes. Niet veel later kwam hij naar buiten. Hoe de broek hem stond had ik niet gezien, want hij hield hem alweer in zijn handen. ‘Ik zei het toch,’ zei hij. ‘Deze past prima.’
‘Afrekenen dan,’ zei ik.
Kassajuffrouw
We stonden zij aan zij bij de kassa. De kassajuffrouw keek ons een voor een aan. Ze was een erg strenge juffrouw, zo een die over haar brilletje heen keek. Mijn mond ging al open. Ik wilde het donders graag zeggen: ‘Wij zijn geen stelletje hoor, we deden alsof.’
‘Precies,’ zei mijn collega, want in mijn verwarring had ik het toch hardop gezegd.
‘Jammer,’ zei de dame. ‘Ik vond jullie juist zo leuk bij elkaar passen.’
Foto: Gettyimages.nl

