Spoken houden niet van applaus

Mijn dochter is niet bang, ze doet bang. ‘Papa, ik ben bang in het donker.’ Donker is hetzelfde als licht, maar dan met je ogen dicht, zeg ik dan. ‘Papa, ik ben bang voor spoken,’ probeert ze vervolgens. Ze moet toch iets vinden waarmee ze indruk op mij kan maken. ‘Spoken,’ zeg ik dan en dan vullen allebei onze kinderen me automatisch aan: ‘bestaan niet.’ Precies. ‘En ze houden er niet van als je in je handen klapt,’ zeg ik vervolgens, want ze bestaan dan wel niet, maar toch gaan mijn kinderen dan klappen. Je weet het nooit zeker.

Stiekem ben ik soms ook een beetje bang
Ze worden op zo’n moment flauw en willen mij dan laten schrikken door ‘Boe!’ te roepen. Welke oen heeft ooit bedacht dat je schrikt als iemand ‘Boe’ zegt, iemand die bang is van koeien? Ik zeg dan: ‘Schrik!’ Dat vinden ze grappig, vooral als ik erbij wegduik onder de tafel. Het is helemaal hilarisch als ik dan ook nog mijn hoofd stoot als ik weer rechtop ga zitten.

Maar als ik heel eerlijk ben, ben ik soms ook een beetje bang van spoken. Dat overkomt me als ik in mijn eentje naar een enge film kijk (mijn vrouw vertoont vluchtgedrag als ik een enge film kijk, door vroeg naar bed te gaan en mij alleen achter te laten). Ik kijk niet naar slash-horror, maar naar het echt griezelige spul, met kleine kinderen erin. Een film is pas echt eng als er van die koters in zitten die voor hun leeftijd erg goed kunnen praten en eruit zien alsof ze nog nooit hun huis uit zijn geweest.

Paranormale gaven
Als de film is afgelopen, wil ik eigenlijk zo snel mogelijk bij mijn vrouw in bed gaan liggen, maar dan moet ik nog van alles doen. Eerst ga ik naar het toilet, daar begint het te spoken, in mijn hoofd welteverstaan. Dan voelt het alsof er iets is in mijn nabijheid. Dan vraag ik mij af of ik paranormale gaven heb en de geestenwereld contact met me zoekt. Ik heb veel fantasie en dat is dus niet altijd leuk. Mijn fantasie zegt dan: ‘Je bent op dit moment in de juiste stemming om contact te hebben met gene zijde.’ Mijn verstand zegt dan niets, want dat zit helemaal achterin mijn brein de bangepoeperd uit te hangen. Het is dan vooral mijn gevoel dat spreekt en dat uit zich dan in uitgerekte klinkers van vrees: ‘iiiiiiii’, of ‘aaaaaaa’. Ik roep dat dan niet, maar ik denk het.

Letters in het condensvocht
Dat gaat zo door tijdens het douchen. Bij het tandenpoetsen bereikt de angst zijn hoogtepunt. Ik kan dan niet eenvoudig om mij heen kijken (ik poets met consumptie en heb een wasbak nodig voor alle pastakwijl). Dan beeld ik mij in dat er letters verschijnen in het condensvocht dat op de spiegel zit. Ik durf dan bijna niet in de spiegel te kijken en schrik al van zo’n druppel die een langgerekte hoofdletter ‘I’ heeft geschreven. Als ik uiteindelijk de deuren op slot ga doen durf ik niet naar buiten te kijken, bang dat ik een wit gezicht zie verschijnen in het duister.

Als ik eindelijk de slaapkamer bereik, vraagt mijn vrouw waarom ik op de trap aan het klappen was: ‘Zag je spoken?’ Dan kruip ik met mijn koude lijf tegen haar aan en zeg ik: ‘Ik hoorde muggen. Maar nu zijn ze allemaal dood. Welterusten.’

CC foto: barron

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.