Skûtsjesilen
In Friesland doen ze aan skûtsjesilen. Een skûtsje is een houten of stalen schuitje, een zeilend vrachtschip voor de binnenwateren. Ze hebben van die grappige flaporen
: zijzwaarden, die moeten voorkomen dat de boot zich ineens zijwaarts gaat voortbewegen. In Friesland worden er wedstrijden mee gezeild door schippers met namen als Douwe, Eldert, Ulbe, Tjitte, Teake, Keimpe en Jelle. Echte mannen.
Overboord plassen
Voor het onderhoud aan de schuitjes worden sponsoren aangetrokken en omdat één van die geldschieters zaken deed met mijn baas, mocht ik samen met een collega een keer mee het water op. Het bedrijf dacht twee projectmedewerkers als gast te hebben, maar kreeg twee technische nerds zonder portefeuille opgestuurd en zodra ze dat van ons kregen te horen, verloren ze hun interesse.
Vlak voor vertrek ging ik snel naar het toilet. Op dat moment was mijn grootste zorg of er wel een toilet aan boord van zo’n skûtsje zat, want wat moet je als dat niet het geval is, overboord plassen? Voor je het weet waait alles terug in je gezicht, of erger nog: in het gezicht van Douwe, Eldert of Teake en dan heb je gjedônder. Je krijgt zo’n oranje drijfjas aan, dus je overleeft het wel als je van de boot af wordt gegooid, maar ik had geen reservekleren bij me.
Na twee pilsjes spraken wij ook Fries
Het is een raar gezicht, een stel van die wankele commerciële lullo’s die in de weer zijn met touwen, zeilen en zwaarden, terwijl een stoere Friese schipper achter op de boot ons toe staat te schreeuwen, af en toe afgewisseld door een Friese kreet in de richting van zijn collegaschippers: “Ijk hjeb hjier ejejn bjôôt vjôl mjet djrôllekôppen.” Alsof wij dat niet verstonden, na twee pilsjes spraken we het ook: gewoon een J zeggen na elke medeklinker.
We werden vijfde. De schipper riep: “Nanne dôkketrejonnedeubbelkes, potverjanhinnekont en vergémie noch es an ta!!” Maar een half uur later tijdens het eten, zat hij al weer volop te lachen. We aten een schippersdiner: bruine bonen en speklappen; en reden daarna de lange rit terug naar het zuiden, met de ramen geopend, dat wel.
