Schrijven voor vrouwen

‘Vanwaar deze traktatie?’ vraagt mijn chef die toevallig Sjef heet.

‘Ik ga een heel jaar lang, drie keer per week, een tekst schrijven die op de Viva website komt te staan,’ zeg ik.

‘Dus jij gaat verhaaltjes schrijven voor vrouwen,’ zegt hij op zijn beurt, ‘zeg maar: recepten.’

Slagroomgebak
Rondom mij klinkt gelach van mannelijke collega’s. We staan in een grote cirkel in het midden van onze kantoorruimte. Ik trakteer slagroomgebak omdat ik iets te vieren heb: ik heb de Viva webstrijd gewonnen. Als ik blij ben geef ik geld uit aan etentjes (vrouw gelukkig) en gebak (collega’s gelukkig).

‘Nou,’ zeg ik heel serieus, ‘recepten, dat doet al iemand anders.’

‘Waar ga je dan over schrijven?’ vraagt iemand.

Danseressen in Rio
Hij schrijft over vibrators,’ zegt een collega die toevallig dat stukje heeft gelezen. Naar aanleiding van die blog gaf hij mij het advies om iets te schrijven over hoe danseressen in Rio hun onderbroekje zonder heupbandjes toch op de juiste plek kunnen houden. Je wil trouwens niet weten hoe ze dat doen, maar ik begrijp nu wel waarom ze altijd zo blij kijken als ze staan te dansen.

‘De stukjes gaan zeker niet alleen over vibrators,’ zeg ik, terwijl ik mij afvraag wat ik nog meer kan zeggen om verdere afdaling van het niveau te beperken. Op papier kan ik wel goed uit mijn woorden komen, maar verbaal ben ik niet zo sterk, getuige de onvoldoendes die ik kreeg voor mondelinge overhoringen in de tijd dat ik nog hoofdhaar had.

‘Hij schrijft ook over het tanken van de verkeerde brandstof,’ roept de collega van het onderbroekje-met-de-plug-erin. Hij heeft blijkbaar toch meer blogs gelezen. ‘En hij is bang van spoken.’

Goed. Hier is geen redden meer aan. Ik neem dus maar een grote hap van mijn slagroompunt. Eten geeft troost.

Honderdvijftig
Rondom mij bedenken collega’s onderwerpen voor de Viva blogs, goedbedoeld, maar het ene idee is nog beroerder dan het andere. Gelukkig zitten ze al snel zonder materie. Ha! Ze zouden het nog geen maand volhouden.

‘Dus je gaat dat een jaar lang doen, drie keer per week. Dan moet je nog zo’n honderdvijftig stukjes schrijven,’ zegt een collega die goed kan hoofdrekenen.

Ik knik.

Er klinkt een ‘Goh’, een ‘Pfff’ en daarna blijft het even stil. Dan stapt Sjef op mij af. ‘Nou,’ zegt hij, terwijl ik een klap op mijn schouder van hem krijg. ‘Sterkte ermee dan.’

‘Bwedankt,’ mompel ik met mijn mond vol slagroom.

CC foto: wieswies

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.