Schaamrood
Onze thermostaat staat zo ingesteld dat het na elf uur ‘s avonds goed is geweest: klaar, dan moeten we naar bed. Ik vergeet dat altijd.
Vaak zit ik om half twaalf nog te werken, dan zit ik net lekker in mijn verhaal, of juist niet, en wil ik niet gaan slapen voordat ik vind dat mijn tekst af is. Dan krijg ik het koud en ik heb daar een hekel aan. Mijn lijf gaat zich dan samenknijpen, totdat ik verkrampt ben tot aan mijn ruggengraat.
IJspegel
Gisteren was het weer zover. Een warme douche helpt, dat maakt me weer soepel en warm. Maar ik had al gedoucht. Alternatief was mijn vrouw te gaan plagen door als een ijspegel tegen haar aan te gaan liggen, maar mijn vrouw lag ook nog niet in bed en zij had het ook al koud. Zij besloot te gaan douchen en ik bedacht me ineens dat we ook nog een zonnebank hebben.
Lekker. Het was lang geleden dat ik onder de blauwe lampen had gelegen. Ondanks de waarschuwing dat het risico op huidkanker toch wel hoog is, is het toch erg prettig om wat warmte op je huid te voelen. Zeker tijdens de korte, koude dagen wanneer de zon zich amper laat zien. Het deed me goed en al snel lag ik heerlijk te ronken.
Slaapkwijl
Na twintig minuten werd mijn rust wreed verstoord door vervelende piepjes. Ik tilde mijn hoofd op uit een plasje slaapkwijl, duwde het knopje in om verder te zonnen en rolde tevreden op mijn rug. Ik zag het blauwe zonnebanklicht dwars door mijn gesloten oogleden heen. Met zoekende hand vond ik het beschermbrilletje. Ik zette het op en zakte weer weg in de weldaad van een vredige slaap.
Begon dat ding verdorie alweer te piepen! Ik spande de buikspieren aan, duwde ergens op en liet mijn hoofd terugzakken in het warme hoofdkussen. Dat brilletje zinde me niet, ik trok het af en smeet het weg. Slapen wilde ik, heerlijk slapen. ‘Piep, piep, piep, piep.’ Ik was heel ver weg, maar die piep kwam steeds dichterbij. Uit! Helemaal uit! Geen gepiep meer. De blauwe lampen doofden.
Besef
In onze slaapkamer lag mijn vrouw in diepe slaap. Ik ging naast haar liggen, keek nog naar de klok, maar geloofde er niets van dat het al zo laat was. Ineens kwam het besef: ‘Hoe lang heb ik eigenlijk onder dat ding gelegen?’ Maar de verkoeling van mijn onbeslapen kussen voelde fijn tegen mijn gloeiende wang. Zo heel erg zou het wel niet zijn, dacht ik.
Vanochtend zag ik wat ik mijzelf had aangedaan. De helft van mijn hoofd: knalrood! De huid rondom mijn oog zag eruit als een sneetje stokbrood, drijvend in tomatensoep. Het leek erop dat ik met mijn hoofd op een bakplaat had geslapen. Mijn vrouw schaterde het uit.
Pizza pepperoni
‘Ja, lach maar. Ik moet met zo’n kop naar mijn werk. Het is verdorie alsof de helft van mijn hoofd net is teruggekeerd van een weekje wintersport,’ zei ik, met tegenover mij in de spiegel een gezicht als een halve pizza pepperoni met een plak kaas rond mijn oog. Maar ik kon er zelf ook wel om lachen, althans, met de witte helft van mijn gezicht.
Als ik de komende dagen opnieuw koude vingers krijg omdat de thermostaat zegt dat het tijd is om naar bed te gaan, duik ik niet meer onder de zonnebank, dan warm ik ze wel op aan mijn gloeiende wangen.
CC Foto: Privebezit

