Restaurantblunders

wernerblog

Er gingen mails over en weer tussen mij en een vriendin. We probeerden af te stemmen waar wij met onze partners ergens zouden gaan eten. Ik deed een voorstel: sushi. Dat vond zij geen optie. Zij en haar man staan niet graag voor verrassingen, daarnaast bestaat er heel wat eetbaars op de wereld dat zij absoluut niet eten. De Griek of de Mexicaan moest het worden. We besloten dat het wel zo fair was om de meest lastige onder alle eters te laten beslissen. Dus zij stuurde een mail naar haar man.

Klont
‘Hij wil sushi,’ stond er in de mail die ik daarna ontving. Dus het werd Sushi in Breda. Daarom liepen mijn vrouw en ik twee dagen later naar restaurant Ume, waar we werden opgewacht door onze vrienden. We kwamen ietwat te laat, omdat we eerst nog moesten worden bedaard door onze oppas van zestien jaar oud, die ons ervan verzekerde dat alles heus wel goed zou komen als wij op stap zouden gaan. ‘Hebben jullie al een ronde gehad,’ vroeg ik en ik wees op de klont wasabi, waar al flink wat van weg was.

‘We hebben alleen van het voorgerecht gesnoept,’ zei onze vriendin. ‘Dat is pittig spul joh.’

Ik wees naar het schaaltje waarop gember lag en een halve dot wasabi. ‘Dat is geen voorgerecht hoor. Dat hoor je bij de sushi te eten.’

Heerlijkheden
We namen een voor een de kaart ter hand en bestelden wat we wilden eten. Heerlijk vind ik dat, kiezen uit allemaal kleine hapjes. Zodra de kaart is ingevuld, komen ze steeds weer schaaltjes brengen met allerlei heerlijkheden erop. Zo houd je het wel een hele avond vol. Lekker keuvelen en onderwijl hapjes eten.

‘Wat heb je daar bij je hand gedaan,’ vroeg onze vriendin.

‘Van mijn fiets gevallen,’ verklaarde ik. ‘Dat stuur van mij is verstelbaar. Als je een klepje openmaakt kan het hele mechaniek bewegen. Dat hoort alleen niet te gebeuren als ik aan het fietsen ben en zeker niet wanneer ik van een schuine helling afrijd. Maar dat gebeurde dus wel. Dus ik dook over mijn stuur heen, verloor mijn evenwicht en wist daarbij nog net de reling vast te pakken.’

Schade
De schade liep ik vooral op aan mijn linkerhand, aan twee vingers waarvan de knokkels nu open liggen. Het doet alleen pijn als ik de letters x, s, w, c, d, e en de getallen 2 en 3 typ. Gelukkig zitten die allemaal maar 680 keer in deze blog.

‘En ik heb een flinke kras op mijn been,’ zei ik en ik illustreerde hoe groot, door mijn been op te tillen en er met duim en vinger op aan te geven hoe groot de schade daar was.

‘Pfoe. Je overdrijft,’ zei mijn vrouw vrij hard, want ze was zeker van haar zaak. ‘Zo groot is ‘ie niet hoor.’

‘Echt wel,’ zei ik verontwaardigd en daardoor ook iets te hard. Ineens leken we wel zo’n stel dat hardop ruzie maakt in een restaurant. ‘Jij weet heus wel hoe groot hij is,’ zei ik.

Mijn vrouw stak haar hand voor zich uit. Met duim en wijsvinger beeldde zij de grootte uit, zo’n drie tot vier centimeter. ‘Echt, hij is maar zo groot.’

Pas daarna kregen we door dat er mensen naar ons zaten te kijken.

CC foto: ZoeShuttleworth