Onze boomplasser

wernerblog

We rijden op de scooter van de stad naar het dorp. We hebben net het kinderfeestje van Wessel gevierd in een restaurant waar je ook kunt bowlen, of een bowlingcenter waar je ook kunt eten. Omdat we net niet genoeg auto’s hebben voor het aantal kinderen dat we willen vervoeren, mocht een kind achterop heen en dat was Myrthe. Wessel wilde op de terugweg achterop.

Ik moet plassen!
Hij houdt me goed vast, zijn handjes knijpen in mijn jas. Dan weer kijkt hij links, dan weer rechts, waardoor de scooter voortdurend heen en weer zwiept. Het heeft niet mijn voorkeur, zo’n kind achterop, maar we zagen even geen andere mogelijkheid. Om het veilig te houden rijd ik niet harder dan twintig. Wanneer we op de helft zijn en rijden over een fietspad naast een weg die een bos door tweeën deelt hoor ik achterop: ‘Ik moet plassen.’

‘Dat zeg je zeker omdat je bomen ziet,’ roep ik, omdat ik niet van plan ben om te gaan stoppen. Wessel is een echte jongen: zodra hij een boom ziet wil hij er tegenaan plassen. Een hele tijd geleden hoorde ik hem op het toilet mopperen, vlak nadat we waren teruggekeerd van het bos: ‘Oh nee hè, ben ik vergeten tegen een boom te plassen.’ Dus ik vermoed geen hoge nood.

Blote billen
‘Maar ik moet echt heel nodig,’ zegt hij. Ik besluit te stoppen. Rechts kan hij niet plassen, want daar is een afrastering die de bosdieren moet beschermen voor het voortrazende verkeer. Tussen ons en de weg in staan wel een aantal bomen. Hij stapt af, loopt naar een boom en trekt zijn broek in zijn totaliteit naar beneden. Dat doet hij altijd, ook bij de urinoirs. Van mij mag hij, op zijn leeftijd is dat nog schattig.

‘Niet zo dichtbij joh, dan spettert het terug,’ zeg ik, want hij duwt zijn piemeltje zowat tegen de bast aan. Hij neemt een stap terug en valt bijna om. Rondom elke boom die ik zie is een heuveltje ontstaan. Je kunt beter niet plassen op hellende grond. Het is nog een heel gedoe hoor, plassen in de natuur. Je moet overal rekening mee houden. Windrichting, windkracht, hoe je jezelf het beste kunt verbergen voor toeschouwers.

Onhandig
‘Probeer het niet over je broek heen te doen,’ zeg ik, maar dan glijdt hij weer zowat onderuit. Hij pakt de boom vast om zichzelf rechtop te houden, precies met zijn hand op de plek waar hij tegenaan stond te plassen. Ik kijk naar de grond en schud mijn hoofd. Wanneer ik weer kijk lukt het hem eindelijk om er een straal uit te krijgen. Hij weet zijn balans lang genoeg te bewaren om uit te plassen. Dan draait hij zich om en valt met zijn blote kont in de bladeren, precies in zijn eigen plasje.

Wanneer we onze rit weer hervatten zegt Wessel tegen mij: ‘Wat een geluk dat ik een jongen ben. Jongens kunnen tenminste tegen een boom plassen.’

CC foto: soursob

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.