Mijn grote kleine teen
Op kantoor vonden ze mij vandaag maar raar. Ik liep op mijn sokken rond. ‘He, held op sokken. Waarom draag je geen schoenen?’
‘Omdat mijn kleine teen zeer doet,’ antwoordde ik. Ik probeerde de dag zittend door te brengen en overwoog serieus op mijn bureaustoel naar het toilet te rollen voor een plas. Maar rondlopen op sokken en door de gang rijden op een stoel ging me iets te ver. Dus strompelde ik op schoenen naar het toilet. Eenmaal klaar moest ik weer helemaal terug. Ik was blij dat die schoen weer snel uit mocht.
Dorst
De oorzaak van mijn ongerief was een ongelukje in huis. Vanochtend maakte onze zoon ons wakker rond half vijf. Hij had dorst. Ik ging met hem mee naar beneden, waarbij ik ergens halverwege een voet in het niets probeerde neer te zetten. Mijn lijf reageerde uit reflex en daarvan schrok ik uit mijn half wakkere toestand.
‘Wat doe je nou,’ vroeg mijn zoon, die achterom keek omdat hij een roffeltje hoorde dat deed denken aan een woeste drumsolo. Ik stond gewoon rechtop, maar wel wat traptreden lager en moet eruit hebben gezien alsof ik het spelletje een-twee-drie-roodlichtje deed en doodstil moest blijven staan omdat hij naar me keek.
Blessure
Wessel ging naar het toilet. Hij dronk een half glas water. Daarna gingen we terug naar boven. Ik had nergens last van, behalve van de wekker die een half uur later vond dat ik alweer uit bed moest. Pas bij het aanschieten van mijn schoen, voelde ik dat ik de snelle afdaling van die ochtend had moeten bekopen met een blessure.
‘Wat is met jouw teen gebeurd?’ riep mijn vrouw ontzet, toen ze ‘s avonds samen met mij keek naar het teentje dat ernstig zijn best deed net zo groot te worden als zijn grote buurman van drie tenen verderop. Vooral de kleur maakte indruk op haar. Het paarsachtig blauw stak erg af bij de kleur van de andere teentjes.
Smerig
Ik gooide er wat pijnlijke kreuntjes uit via mijn neus en onderzocht voorzichtig of de teen nog wel goed vast zat aan de rest van mijn lijf.
‘Gadver, dat ziet er smerig uit,’ zei mijn vrouw. Ze keek naar mijn voet alsof ze amper nog liefde opbrengen voor het teentje.
‘Nou zeg, mijn teen doet zeer en in plaats van hem te beplakken met pleisters kijk je niet naar hem om,’ zei ik verontwaardigd. ‘Terwijl juist nu mijn teen wel wat aandacht kan gebruiken.’
Ze bukte over me heen, gaf me een kus op mijn mond en zei: ‘Sla maar op je duim, dan heeft ‘ie wat gezelschap.’

