Meneer Vaatwasser
Onze vaatwasser is een meneer en hij kan praten. Dat gaat met behulp van mijn hand en dat weten mijn kinderen, maar toch praten ze enthousiast tegen meneer Vaatwasser. Als ik Wessel vraag hoe het op school was zegt hij: “Leuk.” Voor meneer Vaatwasser bewaart hij zijn ellenlange verhalen. Het tweetal zou hun bekertje met vla halfvol in de vaatwasser zetten, omdat hij dan ook wat te eten heeft. Ik ben stiekem een beetje jaloers op de aandacht die meneer Vaatwasser krijgt.
Mevrouw Oven
Op een dag waarop ik een bijzonder goed humeur had, bleek meneer Vaatwasser ook nog eens getrouwd te zijn met mevrouw Oven. Maar mevrouw Oven zegt nooit zoveel, want er zit een heel sterke veer in de ovendeur dus het kost veel kracht om die vaak te openen. Meneer Vaatwasser klaagt wel eens dat hij mevrouw Oven zo’n heethoofd vindt. Dan vraagt mevrouw Oven een beetje gepikeerd of hij dat nog eens wil herhalen. De kinderen nemen het dan voor hem op en zeggen dat hij niets heeft gezegd.
Dan is er tante Koelkast en die zegt nooit iets, want dat is nogal een kouwe. En tenslotte heeft Wessel opa Kastje bedacht. Omdat ik maar twee handen heb heeft die tot nu toe ook zijn mond gehouden.
Snuf de Stofzuiger
Ik wil ons keukengezin uitbreiden met een huisdier: Snuf de Stofzuiger. Ken je die robotzuigers die zichzelf kunnen opladen en dan op eigen initiatief de vloer gaan zuigen? Dat lijkt mij een uitkomst. Maar mijn vrouw vindt ze te duur (ze is nog niet zo goed bekomen van de aanschaf van ons strijkapparaat).
“Die stofzuigen niet onder de mat,” zegt mijn vrouw, als ik weer eens het idee opgooi om een Snuf te kopen.
“Dan leg ik de mat wel tijdelijk ergens anders.”
“Ze kunnen niet traplopen.”
“Dan til ik hem wel de trap op,” zeg ik.
“De kat is er bang voor.”
“We hebben geen kat.”
“We hebben geen kat omdat jij niet elke dag wil stofzuigen. En als jij zo’n apparaat wil, neem ik een kat.”
“Maar de kat is er bang voor,” zeg ik.
En daarom zal er bij ons waarschijnlijk nooit een zuigrobot komen.
