Lief slapend geluk
Opblijven, je kunt onze kinderen niet blijer maken als wanneer ze voorbij hun bedtijd wakker mogen blijven. Ze houden het alleen niet lang vol. Een halfuur, hoogstens een uur, daarna gaan ze stuk. Kapot! Dan smeken ze om naar bed te mogen. Bovendien worden ze chagrijnig. Niets is meer goed, overal moeten ze om janken. Tandenpoetsen en pyjama’s aantrekken is dan allemaal te veel. Het liefst zouden ze in hun kleren, met schoenen aan en ongepoetste tanden op bed worden gelegd.
Snelweg
Onze kinderen slapen gewoon graag. Ze hebben nooit problemen gehad met naar bed gaan. Ik ken de verhalen van ouders die nachtenlang wakker werden gehouden; die na middernacht nog de snelweg op moesten omdat hun nakomelingen alleen maar wilden slapen in een rijdende auto. Hier niets daarvan. Naar bed en oogjes toe. Dat ze niet op kunnen blijven is soms wel jammer. Dat ze kleine duiveltjes worden zodra het bedtijd is geweest is niet leuk, maar ik zou het niet anders willen, want wat is het toch fijn dat ze zo goed slapen en wat zijn ze toch lief wanneer ze slapen.
Routine
De dag mooier afsluiten kan bijna niet: voordat ik ga slapen ga ik even kijken op de kamertjes. Even kijken hoe ze erbij liggen en of ze het nog wel doen. Eerst ga ik kijken bij mijn zoon. Na zijn geboorte ben ik met de routine begonnen, daarom is zijn slaapkamer de eerste die ik bezoek. Met mijn mobiel als zaklamp sluip ik naar binnen. Ik houd mijn adem in en loer naar het gezichtje van mijn zoon. Ik moet gewoon even zien of er nog lucht in- en uitgaat. Soms pest ik door te porren, of door het licht in z’n gezicht te schijnen zodat hij zijn oogjes nog wat meer dichtknijpt. Een teken van leven wil ik zien.
Aureool van knuffels
Wessel slaapt met zijn hoofd opzij, met zijn rug naar de muur toe zodat ik hem altijd goed kan zien. Hij slaapt heel diep en maakt haast geen geluid. Omdat hij het al snel te warm heeft, trapt hij het dekbed van zich af. Dat leg ik dan weer eventjes goed. Kleine zus Myrthe rolt zich altijd helemaal op. Ze ligt dan met haar voorhoofd tegen de muur aan. Rondom haar hoofd heeft ze een aureool van knuffels. Ze slaapt heel licht. Soms lijkt ze mijn aanwezigheid op te merken. Ze begint dan wat te draaien en te kreunen, maar echt wakker wordt ze niet. Als ik haar ronde gezichtje boven het dekbed uit zie steken kan ik zo trots zijn op dat prachtige meisje dat daar ligt.
Puberale fratsen
Zolang ze geen puberale fratsen uithalen in hun slaapkamer, of langer wakker blijven dan ik, zal ik ze blijven opzoeken. Even een aai over de bol als ze onrustig dromen. ‘Lekker slapen,’ tegen ze zeggen, omdat ik geloof dat ze lekkerder gaan slapen wanneer je dat tegen ze zegt. Nog eventjes kijken naar die lieve gezichtjes, zo lief dat ik ze wakker zou willen knuffelen. Maar slapend geluk, dat verstoor je niet.
Natte pluk haar
Dachten onze kinderen daar ook maar zo over. Maar nee. Ze maken ons wakker door op het matras te springen. Ze wringen hun lijfjes tussen ons in en duwen dan net zo lang met hun ruggetjes tegen onze warme lijven, totdat wij naast ons bed staan. Slapend geluk moet je niet verstoren! Begrijpen ze dat dan niet? Kunnen ze niet gewoon naar ons kijken terwijl we slapen? Ze mogen heus wel gniffelen om die natte pluk haar die op het voorhoofd van mama zit geplakt, of om de extra rimpels in mijn gezicht omdat ik de vouwen erin heb geslapen. Dat ze heel even kijken en dan weer stilletjes weggaan, terwijl ze het volgende fluisteren: ‘Wat zijn ze toch lief hè, als ze slapen.’

