Kinderarbeid
‘Goed!’ Wanneer ik dat roep weet ik dat mijn tweetal kinderen naar mij luistert. Ze kijken niet op, maar hun frequentie staat nu op mij afgestemd. Ze weten dat er nu wat gaat komen, maar wat? ‘Wie wil mij helpen bij het opvegen van de herfstblaadjes in de tuin?’
Nintendo
Zoals verwacht springt Myrthe op. ‘Ik,’ roept ze enthousiast. Ze is een behulpzaam meisje. Haar twee jaar oudere broer zit bij de bank, met zijn knieën op de grond en zijn bovenlijf over de bank gebogen. Hij is druk bezig met zijn Nintendo en heeft geen tijd voor blaadjes. Dat mag. Een behulpzaam kind is genoeg. Ik heb toch niet meer bezems.
We gaan naar buiten. Het is lekker warm. Wie had gedacht dat november betere dagen zou kennen dan de slechtste van de zomer? We gaan zonder jas naar buiten en halen de bezem uit de schuur. Ik pak de grashark om het droge blad uit het gras te kammen. We moeten er snel bij zijn. Als het gaat regenen vergaan de blaadjes in een pulpachtige massa, als het droog blijft verpulveren ze.
Bladkorf
Wanneer er een hoopje ligt pak ik een vuilniszak. Mijn vijfjarige assistente veegt de blaadjes op een blik en deponeert ze in de zak. Dat gaat heel goed. Als de zak vol is en de tuin redelijk opgeruimd, lopen we samen naar de hoek van de straat, waar we de herfstrotzooi kwijt kunnen in een bladkorf die daar door de gemeente is neergezet.
Dan verplaats ik de auto even naar de straat, zodat we onze oprit kunnen doen. Terwijl we bezig zijn, komt de buurvrouw kijken. Myrthe krijgt een compliment, omdat ze papa zo goed helpt. We praten wat als volwassenen onder elkaar, terwijl mijn dochter doorgaat met blaadjes vegen. Na vijf minuten besef ik dat we daar maar staan te kletsen, terwijl mijn kleine meid al het werk staat te doen.
Managementtruc
Het is een oude managementtruc. Samen met de werknemers beginnen en zodra je aan de slag bent, zorgen dat je weggeroepen wordt voor urgentere zaken. Het lijkt mijn dochter niet te deren. Ze vindt het pas vervelend wanneer ze klaar is en wij nog altijd staan te kletsen. Zij wil naar de bladkorf en dat kan alleen als ik meeloop, want ze is te klein om de blaadjes er zelf in te gooien.
Ze trekt een keer aan mijn arm, zoals je dat kunt verwachten van een kind. Ze zal zo wel beginnen met zeuren, maar nee, ze heeft iets gevonden waarmee ze zichzelf kan bezighouden. Met de vuilniszak vol blaadjes kan ze iets leuks: skippyballen. Wippend op de dikke zak hupt ze bij ons vandaan. In gedachten zie ik de naad van de plastic zak al scheuren.
Plof
‘Ik moet eigenlijk even…’ zeg ik tegen de buurvrouw, maar ze houdt niet op met praten. Pas als de plof klinkt zwijgt ze. We kijken allebei naar mijn dochter en zien haar zitten in een wolk van neerdwarrelende blaadjes, bij de voordeur van onze buurvrouw. De stoep ligt bezaaid met gekleurde herfstbladeren.
‘Ik zie het,’ zegt de buurvrouw. ‘Je moet hoognodig weer aan de slag.’ Ze glimlacht en loopt weg, in de richting van het winkelcentrum.

