Kiezen of delen

wernerblog

Elke dag word je als ouder gebombardeerd met keuzemomenten. ‘Mogen we een snoepje? Mogen we fruit? Mogen we een koekje? Mogen we computeren? Mogen we in de tuin spelen?’ De hele dag gaat dat door, continu moet je antwoorden geven: ‘Nee. Ja. Eventjes dan. Straks, want we gaan eerst nog even boodschappen doen.’ Meestal gelden de antwoorden voor beide kinderen. Lastiger wordt het wanneer je een antwoord moet geven waarbij je moet kiezen, waarbij je een van de kinderen voortrekt.

Instructieboekjes
Je komt er niet onderuit. Als je twee of meerdere kinderen hebt, dan moet je er wel eens eentje voortrekken. In de instructieboekjes bij spelletjes staat altijd dat de jongste speler mag beginnen. Dat kun je ook uitleggen aan de oudste: ‘Jonge kinderen snappen het wat minder goed, die moeten het nog leren.’ Daarnaast voelen ze zich als oudste ook meteen wat meer. Uiteindelijk maakt het voor de uitkomst van het spel zelden uit wie er begint. Bij het raden van een getal onder de tien is de eerste speler misschien wel in het voordeel, maar de win-kans zal slechts een fractie hoger liggen.

Sturen
Als bij ons allebei de kinderen even graag iets willen en er gekozen moet worden, dan knopen we daar meestal een spelletje aan vast. Het raden van een getal onder de tien is de meest eerlijke variant, al moet zelfs dan een kind als eerste beginnen. Soms is het: wie het hoogste kan springen, of wie het mooiste kan zingen. Bij de laatste spelletjes kun je als scheidsrechter nog een beetje sturen, zodat ze om en om een keer winnen. Maar met dat sturen moet je ook weer uitkijken, want in ons geval kan het ook zo zijn dat de andere ouder even daarvoor het kind heeft voorgetrokken, wat je dan zelf voortrekt.

Pech
Hoe dan ook: helemaal eerlijk alles delen, dat kan gewoon niet. Niet alles is deelbaar. Als je maar een knuffel hebt gewonnen op de kermis, kun je die andere beloven dat die de volgende keer aan de beurt is. Win je later die week een radiografisch bestuurbare auto, dan krijg je alsnog scheve gezichten. Soms heb je gewoon pech. Dat is ook iets wat kinderen moeten leren accepteren. Het is ook heel mooi om blij te zijn voor een ander. Gelukkig hebben wij hier niet vaak van dat soort keuzes te maken. Het gaat meestal over vrij eenvoudige dingen, zoals: welk kind er door welke ouder wordt geholpen in bad.

Bad
‘Mama,’ hoor ik ze zeggen, allebei, meerdere keren. ‘Ik wil bij mama. Nee, ik wil bij mama. Jij moet maar bij papa.’ Dat heb je ook soms: een keuzemoment waarbij niet de kinderen, maar een van ons de grootste verliezer is. We komen allemaal aan de beurt om een keer te verliezen en dan moet je blij kunnen zijn voor een ander. En ja, ik voel me dan heus wel een tikkeltje afgewezen. Maar als ik dan in de kamer op de bank zit, terwijl mijn vrouw in de badkamer wordt natgespetterd, dan kan ik mij daar gelukkig heel snel weer overheen zetten.

CC foto: topher76