Kerstverlichting versus snoeischaar
Als ik in februari kerstlampjes zie zitten in coniferen, dan knapt er iets in mij, dan stop ik een snoeischaar in mijn fietstas en gaat de stoere muziek aan op mijn MP4-speler: the Soundtrack of Evil. Vervolgens rijd ik naar het voortuintje waar nutteloos elektriciteit wordt verbruikt. Dan wil ik heel graag afstappen, de tuin binnendringen en het stroomdraad pakken om het door te knippen; maar elke keer rijd ik door.
Bovenaan mijn ranglijst van het schaamteloos laten hangen van kerstversiering staat hotel La Cigogne, het hotel in Rijen met de chique ogende naam op de gevel, dat volledig draait op het huisvesten van Polen. Hier heeft een reusachtige kerstboom één jaar lang voor de voordeur gestaan, inclusief brandende verlichting. Nog even en Rijen had bekend gestaan als het dorp met de eeuwig verlichte kerstboom. Telkens als ik langsreed nam ik mij voor om telefonisch flink mijn beklag te doen. Toch kwam het nooit zover, ondanks mijn ergernis vergeet ik erg snel.
Het is me één keer bijna gelukt om kerstornamenten onschadelijk te maken. Na een avond Carnaval vieren in Made, zagen we tijdens de wandeling naar ons logeeradres, verlichting branden in twee buxusboompjes die op een balkon stonden. Ik haalde twee vrienden over om mij een kontje te geven en ik wist: dit keer gaat het me lukken. Ik was er toeter genoeg voor. Onze eega’s floten naar ons, maar niet om ons aan te moedigen; ze wilden onze aandacht trekken zodat wij de politiewagen zouden zien, die in onze nabijheid tot stilstand was gekomen. Mijn twee handlangers taaiden er tussenuit en ik deed net alsof ik had staan wildplassen, waarvan ik me pas later besefte dat ook dat een strafbaar feit is.
Elk jaar in februari en soms zelfs in maart, komt het er ondanks mijn frustraties uiteindelijk toch niet van: op het punt dat ik de snoeischaar wil hanteren, keert mijn fantasie zich tegen mij. Dan ga ik smoezen verzinnen voor de mensen die hun kerstversiering nog niet hebben opgeruimd: dat hun blinde kind na een in februari geplande operatie weer zal kunnen zien en dat het zich verheugt op het aanschouwen van kerstverlichting; dat er iemand is overleden tijdens de kerst en dat de familie nog niet verder kan, of dat de eigenaar van de voortuin depressief is en dat het enige lichtpuntje in zijn leven deze kerstlampjes zijn. En ik kan het niet: ik kan niet knippen in dat laatste restje geluk.

Schrijf je frustraties maar lekker van je af 😉
hoi lekker ventje, het is weer een toppertje
dit blogje!
Mams