Ik ben een waaiboom
Het stond verkeerd in mijn agenda. Ik had er ‘Mandela tekenen’ geschreven, alsof mijn vrouw samen met wat vriendinnen een avond gingen oefenen op het tekenen van een ietwat grijzige oud-president van Zuid-Afrika, of beroemde Surinamer als je Britt Dekker mag geloven.
Iets Tibetaans
Dat was dus niet het geval. Mijn vrouw en haar vriendinnen gingen mandala tekenen: een tekening met een geometrisch patroon dat metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt. Iets Tibetaans. En waarmee kwam ze thuis? Met een tekening van een boom.
Het was een geslaagde boom, vond ik. Een groene boom met een stevige stam. Zo zie ik ze graag. Ik houd niet van kale bomen en zeker niet wanneer ze een iele stam hebben met van die nikserige takjes eraan. En hij had een gezonde kleur. Ze had niet van tevoren een omlijning getekend om hem daarna in te kleuren. De kleuren gingen vloeiend in elkaar over. ‘Mooi,’ zei ik.
Symboliek
Maar met Mandala tekenen gaat het niet om het mooie. In het getekende zit een diepere symboliek. Ze beginnen de eerste les met een boom, maar over een tijdje mag ik mijn vrouw thuis verwachten met heel wat abstractere vormen, een vrije mozaïek binnen de grenzen van de cirkel.
Omdat het een symbolische tekening betrof, probeerde ik iets uit de tekening te lezen. ‘Je gebruikt vrolijke kleuren, dus je staat positief in het leven. En de boom heeft een dikke stam dus je houdt van structuur en balans in het leven. Maar hier in de stam zit een opening, een litteken. Dat is de pijn die je nog voelt van het verlies van een geliefde.’
Structuur
Zo heel ver bleek ik er niet vanaf te zitten. De vele takken waren goed gestructureerd, dus mijn vrouw houdt ervan dat haar leven geordend is. De kruin was goed gevuld en dat betekende dat ze meer een denker was dan een voeler. Links stond voor het verleden en rechts voor de toekomst en vanuit rechtsboven brak er een gelige gloed door, dus ze zag de toekomst lekker zonnig in. En inderdaad: de scheur in de bast was er vanwege verdriet in het verleden.
‘Maar voordat ik begon met tekenen had ik een heel andere boom in gedachten, een waaiboom met zo’n slanke stam die krom staat van de wind, met een kruin die naar opzij groeit. Nu staat er een dikke stam in het midden en dat wil zeggen dat ik toch wel wat op mijzelf ben gericht. Maar je moet het intuïtief tekenen hè, vanuit het gevoel.’
Melancholische inborst
‘Gelukkig maar,’ zei ik. ‘Ik zou niet getrouwd willen zijn met een waaiboom.’ Of was het dat ze in eerste instantie mij wilde tekenen als boom en dat ik een waaiboom ben, met een kluwen van takken die naar de linkse kant van de mandala zijn verwaaid, vanwege mijn melancholische inborst? Een boom met weinig ruimte aan de rechterzijde, omdat ik zelden goed nadenk over de toekomst.
‘Ik moest een boom tekenen over mijzelf. Ik dacht niet aan jou,’ zei mijn vrouw nadat ik haar vertelde over mijn theorie dat ik dan misschien de waaiboom was.
En ik dan?
‘Maar ik ben toch de liefde van je leven,’ zei ik. ‘Misschien dacht je ergens een klein beetje onbewust nog aan mij. Een tikkeltje. Misschien in de vorm van een bonsai boompje?’
‘Nee,’ zei mijn vrouw beslist.
En ik wilde iets vervelends zeggen over haar boom, dat hij een erg massieve, volle en vooral ontzettend dikke stam had. Maar ik hield mij in, zoals waaibomen dat doen. Ondanks de destructieve kracht van de wind blijven ze fier rechtop.
CC Foto: Privébezit

