Hallo herfstdepressie
Uit onderzoek blijkt dat mensen die in een gebied wonen waar het weertype per seizoen verschilt, het gelukkigst zijn. Dat verraste mij. Wanneer er uitkomsten van onderzoeken worden gepubliceerd denk ik vaak: logisch, dat had ik ook zelf kunnen beredeneren. In dit geval heb ik dat dus in het geheel niet. Het is toch ook raar. Stel je wisselt in de herfst een groep mensen uit de Antillen om met evenveel mensen uit Nederland. Dan durf ik te wedden dat de groep die met het vliegtuig uit Nederland vertrekt gelukkiger zal zijn, dan de inzittenden van het vliegtuig dat opstijgt in het Caribisch gebied.
Warme chocolademelk
‘De winter is zo erg toch niet,’ hoor ik soms mensen zeggen, wanneer ik zeg moeilijk afscheid te kunnen nemen van de warmste helft van het jaar. En dan onderbouwen ze dat met sfeervolle beschrijvingen van wat je in de winter kunt doen: warme chocolademelk met slagroom drinken bij het flakkerende vuur van de haard; een kerstboom in huis halen; Sinterklaas vieren. En de kou is overkomelijk, want daar kun je je op kleden. Wanneer het in de zomer stikheet is en je staat nog te druipen van het zweet wanneer je in je blote kont in de schaduw staat, dan heb je een probleem. Daar heb je in de winter geen last van.
Grauwheid die de wereld overwoekert
Vorige week zakte ‘s avonds de temperatuur zover omlaag dat buiten de geur van brandend hout in de straat hing. Er werd weer gestookt. Het was de geur die ik associeer met onze najaarskermis: oliebollen, sigaretten en het getoeter van een ouderwetse claxon. En daarmee zat opeens de herfst in mijn kop. Het kwam allemaal weer terug, de herinnering aan doodse bomen met kale takken, de totale afwezigheid van geuren die je aan de natuur doen denken, de grauwheid die de wereld overwoekert wanneer er geen bloemen groeien. Een half jaar ziet de wereld er doods en dor uit; vele dieren gaan in winterslaap, maar de mens is gedoemd om als een zombie door het herfst- en winterlandschap heen te moeten banjeren.
Bekogeld met eikels
En ineens werd het toch weer warm, met zomerse temperaturen. Op dat soort dagen is mijn ontluikende herfstdepressie in de war. Sta ik daar in de volle zon chagrijnig te wezen. Want ik wil wel genieten van de warmte, maar het voelt ineens zo ontzettend eindig. Zo’n warme dag voelt als een opleving, een laatste stuiptrekking van een toch al zo zwakke zomer. En de bomen tonen ook weinig compassie, want die hebben het al lang opgegeven. Niet dat ze beginnen met het laten van een enkel blaadje, nee, ze gooien zichzelf volledig in de uitverkoop. We worden bekogeld met eikels en beukennootjes. En al dat blad verschiet zonder pardon ineens van groen naar geel.
Onderzoek
Dus mensen die leven in een gebied met seizoenen zouden de meest gelukkige mensen op aard zijn? Nou, ik kan wel verzinnen waarom dat de uitkomst is van het onderzoek. Ik durf te beweren dat ze het in de lente hebben afgenomen. Als ik zelf onderzoeker was en ik de straat op zou moeten voor een onderzoek, zou ik het wel laten om dat in de winter te doen. Dan zou ik ook wachten op de lente. En juist dan ontmoet je veel blije mensen op straat, want wie is er niet blij wanneer hij na lange tijd weer naar buiten kan zonder dikke winterjas. Want dat is het hoopvolle vooruitzicht van mensen met een herfstdepressie: de lente zal weer komen.
Dus volgens mij moet dit de uitkomst zijn van dat onderzoek: mensen die leven in een klimaat met verschillende weertypen per seizoen kennen het sterven van de herfst en het doodse van de winter. En daarom worden ze zo uiterst gelukkig wanneer alles wat verloren is gegaan weer opleeft in de lente.

