Grapjespapa
Op de school van mijn kinderen sta ik bekend als de grapjespapa. Dat is niet iets waar ik over wil opscheppen. Veel liever was ik ‘die lieve papa’ of ‘die leuke papa’, maar op een of andere manier mocht het niet zo zijn. Of het komt door het zingen van liedjes tijdens het lopen van de vierdaagse, of omdat ik zo vrolijk meedeed tijdens kindercarnaval op school, ik heb geen idee. Maar wanneer ik verschijn op school, zie ik de kinderen verwachtingsvol opkijken en wordt er al gegrinnikt voordat ik ook maar iets heb gezegd.
Recalcitrant
Het probleem met al die eigenwijze kinderen is dat ze niet zo eenvoudig van hun standpunt zijn af te brengen. Ze verwachten dat ik altijd met een grap kom, daardoor voel ik soms de druk om te presteren. Daar word ik een tikkeltje recalcitrant van. Het stomme is dat kinderen dat nou net leuk vinden. Ik kan wel heel hard ‘Ik ben geen grapjespapa,’ roepen, of ‘Je mag niet lachen,’ maar dan gaan ze alleen nog maar harder lachen. Er zit niets anders op dan dat ik erin meega.
Soms heb ik echt geen zin in heel dat grapjesgedoe, als ik chagrijnig ben, of wanneer er van me verwacht wordt dat ik serieus ben. Zoals die keer dat ik had aangeboden om te rijden. De kinderen moesten naar een museum worden vervoerd. Ik kreeg een groepje mee dat bestond uit mijn dochter met twee van haar schoolvriendinnen. ‘Dit is mijn papa en hij maakt altijd grapjes,’ zei mijn dochter trots. Haar vriendinnetjes begonnen al te grinniken.
Krachttermen
‘Nee hoor, vandaag maak ik geen grapjes,’ zei ik, want wanneer ik in een auto rijd ben ik echt niet grappig. Dan ben ik bezig met het verkeer en heb ik voortdurend de behoefte om erg vervelende opmerkingen te maken over andere automobilisten, een behoefte waar ik meestal aan toegeef. In het bijzijn van het stel kleuters moest ik uitkijken met het uiten van krachttermen. Dus werd het geen ‘oetlul’ of ‘stomme zak’, maar ‘vierkante pannenkoek’ of ‘piranha zonder zwemdiploma’. En lol dat ze hadden.
Grapjespapa, hoe komen ze erop? Het is niet zo dat mijn kinderen die term zelf hebben bedacht. Ze zijn het van mij gewend dat ik me gedraag zoals ik mij gedraag. Zo heel bijzonder vinden ze het niet. Nu ze zien hoe klasgenootjes erop reageren, is het opeens een gimmick geworden. Toch zijn er heel soms kinderen die nauwelijks reageren, wat ik ook doe, die stuurs blijven kijken ondanks dat andere kinderen lachen. De allereerste keer dat ik er zo een ontmoette, dacht ik te maken te hebben met een humorloos kind. Maar ik had het mis.
Immuun
Het meisje reageerde precies op mij zoals mijn eigen kinderen doen als ik me thuis gedraag als een pias. ‘Papa, doe nou eens normaal.’ Waarom was ze immuun voor een grapjespapa? Het antwoord kreeg ik toen ik haar moeder ontmoette: een vrouw met een prachtige stralenkrans van lachrimpeltjes rondom haar fonkelende ogen, een grapjesmama. ‘Erg hè,’ zei ze tegen me, toen we het erover hadden dat onze eigen kinderen onze humor maar aanstellerij vonden. ‘Misschien moeten we ophouden met het maken van grapjes.’
‘Goed idee,’ zei haar dochter.
‘Ik maakte maar een grapje,’ zei de vrouw aarzelend en ze keek me aan met een zweem van triestheid in haar ogen.

