Geocaching
Drie van mijn collega’s doen aan Geocaching. Het is een heel populaire vrijetijdsbesteding die wereldwijd wordt beoefend. Voor wie niet weet wat het is: zie het als een schattenjacht in een modern jasje. Vergeelde kaarten met doodshoofden zijn passe en de X markeert niet langer de plek waar de schat kan worden gevonden. Je komt op het spoor van de cache door puzzels op te lossen, daarmee verkrijg je coördinaten die je kunt invoeren op een GPS ontvanger. Zo zwerf je van plek naar plek, totdat je uiteindelijk de eindbestemming hebt gevonden.
Koudwatervrees
Het leek me altijd al een leuke vrijetijdsbesteding, maar iets hield me tegen om het zelf te gaan doen. Er werd namelijk vrij ingewikkeld over gedaan door mijn collega’s. Ik weet dat het allemaal meevalt zodra je over de koudwatervrees heen bent gestapt, maar ik had de stap nog niet genomen. Tot begin deze week mijn collega vond dat ik maar eens mee moest gaan in de pauze. ‘Hier in de buurt is een cache, dan gaan we die samen even doen. Kunnen we daarna een broodje eten.’
Puzzels
Dus ging ik mee. We begonnen bij een groot LCD scherm. Een kunstwerk hier in de stad. We moesten de lampen die daar in de grond zitten gaan tellen en het aantal bomen dat in het grind staat. Niet echt uitdagende puzzels. De ervaren geocacher verzekerde me dat andere caches wel leukere of moeilijkere puzzels hadden. De benodigde antwoorden waren snel gevonden. We voerden de coördinaten in en gingen op pad. Ergens in het centrum van de stad lag een heuse schat op ons te wachten. Maar waar?
Niet veel later stonden we achter een bedrijfspand, onder een ijzeren rooster met een trap. Het geheel vormde een vluchtroute bij een nooduitgang. ‘Hier is het. Ga maar zoeken,’ zei de ervaren Geocacher plagerig.
Inspectie
Terwijl ik zocht vroeg ik mij af hoe dat eruit moest zien voor passanten: twee mannen die een ijzeren trap inspecteren. ‘Het is alsof ik hier sta te kijken of de boel wel goed is schoongemaakt,’ grapte ik en ter illustratie haalde ik mijn vinger langs een richel. Ik stootte tegen iets aan. Het voorwerp gaf een beetje mee. Ik pakte het vast en trok. Het kwam los. Het bleek een kokertje te zijn dat met kleine magneetjes vast zat tegen het ijzer. Caches bevinden zich in publiek toegankelijke gebieden, overal kun je ze aantreffen, maar alleen de uitverkorenen mogen ze vinden. Ze zijn dus altijd goed verstopt.
‘Dat heb je snel gedaan,’ zei mijn collega verbaasd en misschien ook een tikkeltje teleurgesteld. Maar hij hervond zich snel: ‘We hebben hier te maken met een natuurtalent.’
Excuses
Ik maakte het kokertje open. Wat erin zat was niet echt opwindend: een rolletje papier met daarop alle namen van de schattenjagers die me voor waren gegaan. Mijn collega stond al excuses te maken voor de cache, die eenvoudig van opzet was. Hij vertelde over veel spectaculairdere schattenjachten. Maar ik vond het niet erg. Juist het zoeken naar de schat vond ik spannend. De cache zelf deed me weinig. Het is zoals een wijs man ooit zei: de reis is belangrijker dan de bestemming. En een nog slimmere piraat sprak ooit: die schatkist zit vol zand, maar ik zit nu wel mooi op een tropisch eiland.

