Eerste judoles
Gisteren stond ik na ruim twintig jaar weer in de dojo waar ik vroeger les in judo kreeg. Veel was hetzelfde gebleven, zelfs de leraar. Zijn krullen waren alleen wat grijzer geworden en zijn buik wat dikker. Hij zat bij een barretje te wachten op de pupillen. Wessel mocht al meteen meedoen. Hadden we gedacht aan een joggingbroek? Ik keek naar mijn vrouw die van tevoren had gebeld of er plek was voor een nieuwe judoka. Ze keek heel schuldbewust.
Judopak
‘Niet erg,’ zei de mevrouw die achter het barretje stond. ‘We hebben nog wel iets voor hem liggen.’ Ze ging wat kleding bij elkaar zoeken en ik schoof Wessel voor mij uit naar het kleedhok. Even later kwam onze judoka tevoorschijn in een wit judopak. Hij kreeg de witte band omgeknoopt en mocht naar de judomat toe. Meteen holde hij met de andere kinderen mee. Het waren vooral jongetjes. De twee meisjes vormden een erg stoere minderheid.
Supporter
Wij mochten blijven kijken als we dat wilden, als supporter van ons eigen kind. Daar had ik niet op gerekend. We hebben onze zoon op Judo gedaan omdat we hopen hem daarmee wat robuuster te maken, zodat zijn lijf niet langer zal reageren als een kegel wanneer andere kinderen tegen hem op botsen. Voordat het zover is verwachten we dat hij eerst heel wat keren omver gekegeld zal worden op de veilige, zachte mat van de dojo. Het is niet dat we de meest geweldige sportprestaties van hem verwachten.
Kruiwagen
De kinderen begonnen met het opwarmen van de spieren. Een van de oefeningen die ze deden was lopen met een kruiwagen. Wessel moest de kruiwagen zijn, maar hij zakte telkens door zijn armen heen. De jongen die hem vasthield dacht het creatief op te lossen door dan maar een trekkar van Wessel te maken. Hij sjorde Wessel aan zijn broekspijpen totdat ze samen de andere kant van de dojo bereikten. De broek kwam los. Wessel stond in zijn onderbroek. Hij wilde zijn broek optrekken, maar moest ook terug rennen. Hij twijfelde nog even wat eerst te doen en begon maar te rennen, waarbij hij over zijn broek struikelde. Zijn eerste judoles en mijn zoon wordt gevloerd door zijn eigen broek.
Beenworp
Daarna begon de echte les. Er werd een beenworp voorgedaan. Daarna mochten ze die gaan oefenen op elkaar. Wessel kreeg een van de meisjes als tegenstander. Ook een beginneling. Ze pakten elkaar wat onwennig vast en begonnen aan elkaar te sjorren. Wessel probeerde de beenworp die hem was voorgedaan door de leraar. Hij maakte de pasjes tot aan het moment waarop de tegenstander moest vallen. Het meisje bleef gewoon staan. Wessel herhaalde de pasjes twee tot drie keer. Ik moest onwillekeurig aan dansles denken. Na een aantal pogingen ging het meisje er maar bij liggen.
Na drie kwartier les was het mijn zoon nog niet echt gelukt om iemand te vloeren. ‘Niet erg,’ zei een van de aanwezige moeders. ‘Het is pas zijn eerste les. Hij wordt vanzelf wel wat fanatieker.’
Aanleg
Dat wilde ik graag geloven, maar ik stond mij toch ernstig af te vragen of mijn zoon eigenlijk wel aanleg had voor deze sport. Dat zachtaardige mannetje, een lieverd die liever knuffelt dan vecht. Hij was bezig met een spel waarbij de kinderen als vierpotige spinnen zo snel mogelijk van de ene naar de andere kant van de dojo moesten hobbelen. De snelste jongetjes renden alweer terug. Wessel was nog niet halverwege. Een jongetje struikelde over Wessels uitgestoken been heen en ging onderuit. Op het gezicht van onze zoon verscheen een triomfantelijke grijns.
Misschien komt het allemaal toch wel goed.

