Een gewelddadige kerst
De laatste judoles van het jaar was het kerstjudo. Alle kinderen mochten een vriendje of een vader of moeder meenemen naar de dojo. De keuze van Wessel viel op Myrthe. Ze kreeg een judopak aan en mocht een kleur band uitzoeken. Het werd de bruine band. Vijf jaar oud en ze zag eruit alsof ze iedereen kon vloeren. Ondanks de flitsende start van de judocarrière van mijn dochter, liep het af met tranen. Ze vond het maar eng.
Huilbui
Binnen twee minuten stond ons andere kind huilend bij de deur van de dojo. ‘Nu ben ik de enige die niemand heeft om mee te judoën,’ zei hij door de tranen heen.
‘Dan ga jij toch,’ zei een van de kijkende moeders tegen mij. Daar bracht ik tegenin dat er geen pak meer hing in mijn maat. ‘Maakt niet uit. Je kunt ook gewoon zo gaan.’ Tegen zoveel overredingskracht was ik niet opgewassen. Dus in mijn spijkerbroek en fleecetrui betrad ik even later de sfeervolle dojo, waar het enige licht afkomstig was van flikkerende kerstverlichting.
Brilalarm
Nu had mijn zoon eindelijk iemand om mee te judoën, kregen we de opdracht om een andere partner op de zoeken. Het leek mij het beste om iemand van mijn eigen lengte te pakken, dus kwam ik tegenover een andere vader te staan. We kenden elkaar niet. Hij zag er wel sympathiek uit, maar ik moest hem dus plat op de mat krijgen. ‘Wacht even, ik ga mijn bril in veiligheid brengen.’
Ik liep naar de mat en zag Wessel plat op de mat liggen. Naast hem waren twee fanatieke vaders bezig. De dikste van de twee droeg een judopak dat zijn buik niet goed kon bedekken. Ik zag een blauwige tatoeage op zijn haarloze witte borst. De dikke rolde over de andere vader heen en kwam bovenop het hoofd van mijn zoon terecht. ‘Ga van hem af. Mijn kind ligt onder je,’ riep ik en ik trok met al mijn kracht aan het revers van het judopak.
Fanatiek
Wessel kwam huilend onder de man uit. Ik nam hem mee naar de zijkant van de dojo. Ondertussen had ik het er helemaal mee gehad. ‘Zullen we maar naar huis gaan,’ zei ik. ‘Het is veel te druk. Zo gebeuren er nog ongelukken.’ Maar Wessel wilde niet naar huis. Het was kerstjudo. Hij wilde blijven.
Gelukkig zagen de leraren ook in dat het geen goed plan was om die fanatieke vaders los te laten tussen alle kinderen. Daarom mochten de kinderen aan de kant gaan zitten met een pakje drinken. De vaders en een enkele moeder mochten wedstrijdjes doen. We moesten rondlopen en bij het seintje moesten we de dichtstbijzijnde persoon vastgrijpen en overmeesteren.
Revanche
We liepen rond. Ik hield de dikke man in het vizier, want ik wilde revanche op hem nemen vanwege het pletten van het hoofd van mijn zoon. Maar het lukte me niet om op tijd bij hem te zijn. Het sein werd gegeven. Ik pakte een vader vast. Het was een gevaarlijke, eentje die niets afwist van judo, want hij greep met zijn handen naar mijn benen en dat mag niet. Voor een judoka is iemand die bukt al half op weg naar de mat. Ik trok hem verder omlaag en zette hem vast met een houdgreep.
Opnieuw liepen we rond. Het seintje kwam en daar stond hij: de dikke man. Een prima moment voor muziek van Enrico Morricone, of ‘Jingle Bells’. Ik greep hem vast en wilde hem vloeren, maar hij stond erg vast op zijn benen. Hij trok en duwde. Ik gaf mee, liet hem komen. Hij haakte zijn been om de mijne heen, maar ik stapte er overheen en hervond mijn balans. En toen kwam hij naar voren. Ik ging mee in zijn beweging en zette mijn been voor de zijne. Daar ging hij. Ik viel bovenop hem.
Ribben
‘Au! Pas op, ik heb last van mijn ribben,’ zei hij. Maar ik was nog niet klaar met hem. Hij moest nog in een houdgreep. Ik klemde zijn hoofd in mijn arm en trok met mijn linkerhand zijn rechterarm strak over mijn borst. Met mijn rug duwde ik hem tegen de grond. ‘Mijn ribben, mijn ribben,’ zei hij en hij tikte af op mijn rug.
‘Oh ja, sorry,’ zei ik en ik liet hem los.
De les was voorbij. We liepen naar de uitgang. Ik voelde een hand op mijn schouder. Het was de dikke man. ‘Goed gedaan,’ zei hij. ‘Misschien moet je ook hier op judo komen. We kunnen nog wel iemand gebruiken.’
‘Ik zal erover nadenken,’ zei ik. ‘Fijne kerstdagen hè, en sterkte met die ribben.’

