De competenties van Willem de Zwijger
Twee jaar geleden zocht ik een baan dichter bij huis. Ik was het treinen beu, want zeg nou zelf: de NS staat tot professionele openbaar vervoersmaatschappijen uit het buitenland zoals Jan Peter Balkenende staat tot President Obama (zo’n beetje alsof er een ober naast hem staat). Niet dat ik het de NS erg kwalijk kan nemen, want in een land met zoveel stations, een idiote hoeveelheid treintjes en een beperkt aantal sporen, vind ik het al een hele prestatie dat die gele roetsjworsten vrijwel nooit bovenop elkaar botsen. Maar ik droomde dus van een baan op fietsafstand en begon te zoeken.
Binnen twee maanden zat ik aan een glimmende, zwarte tafel, met tegenover mij drie mannen. De meest spraakzame van het drietal was de baas: Willem Zwijgers. De gehele week voorafgaande aan het gesprek had ik hem Willem de Zwijger genoemd en ik was als de dood dat me dat zou gebeuren tijdens het gesprek. Echter, ik kwam bijna niet aan het woord. De goede man legde uit dat ze slechts twee kandidaten hadden uitgenodigd voor een gesprek en dat ik verreweg de beste was (vreugdemomentje). Ik leunde achterover in mijn stoel. Fout, leun nooit achterover in een stoel tijdens een sollicitatiegesprek: neem altijd een actieve houding aan.
Ineens gaf hij mij een linkse met de vraag: wat zijn de competenties waarin je uitblinkt? “Eh,” stotterde ik en meer kwam er even niet meer uit. Dat komt omdat ik een ongelooflijke hekel heb aan de term competenties in de vorm zoals die wordt gehanteerd door kantoorvolk. In de hogere competentieleer moet je namelijk dingen die ik vrij lastig te omschrijven vind samenvatten in één enkel woord en daar ben ik op tegen. Neem nou: omgevingsbewustzijn, de spellingcontrole keurt het goed, maar ik vind het vaag taalgebruik. Wat willen ze van je, dat je een kamer binnenloopt en meteen ziet dat er een schilderijtje scheef hangt?
Vasthoudendheid, nog zo’n term. De baas vindt het misschien best leuk dat jij je als een teckel die zich een pitbull voelt vastbijt in een probleem, maar waarschijnlijk waardeert hij het heel wat minder als je jouw geslepen tanden in zijn broekspijp zet omdat je een salarisverhoging eist. Wat willen ze van je horen? Dat is belangrijk om te weten, want je wilt die baan. Raden wat ze willen horen staat te boek als inter-persoonlijke sensitiviteit, maar je kunt die term ook uitleggen als gebrek aan integriteit, want je praat gewoon in hun straatje en dat is dan wel een goede competentie voor een verkoper van automobielen, maar niet voor kantoorpersoneel.
Willem begon mij uit te leggen wat ze bedoelden met competenties. Op zo’n moment zeg je niet: “Dat weet ik wel, maak je achternaam eens waar en sluit die klep eens even.” Uiteindelijk wist ik de term klantvriendelijk te opperen. Het maakte niet veel indruk, maar dat maakte niet uit, want het gesprek was al klaar. Willem gaf me alvast een rondleiding, waarbij hij me aan diverse mensen voorstelde. Hij zei me dat hij mij die middag zou laten weten dat ze mij wilden hebben voor die baan. In het voorbijgaan zag ik de tweede sollicitant zitten. Ik grijnsde mijn meest kwaadaardige glimlach en stapte een moment later de voordeur uit.
Die middag belde Willem Zwijgers met de mededeling dat ze de baan aan die andere sollicitant gingen geven. Hij was tijdens het gesprek beter uit de verf gekomen dan ik.

alles komt op zijn pootjes terecht!