De bruine Opel Kadett zei pfut

Mijn allereerste auto was een bruine Opel Kadett. Nou ja, bruin? De kleur kwam ongeveer overeen met de kleur dat het tandvlees had van het kunstgebit van mijn rokende oma.

Ik had mijn rijbewijs gehaald in een Mercedes, een Diesel. Mijn vader vertelde me dat ik geluk had om te lessen in die wagen, omdat een dieselmotor niet zo snel stilvalt. Toch lukte het mij geregeld om de automobiel stil te laten vallen voor een stoplicht.

“Blijf maar rustig, die chauffeurs achter je hebben ook hun rijbewijs moeten halen,” zei mijn rij-instructeur als ik mij druk zat te maken om het getoeter. Die woorden hoor ik nog altijd in mijn hoofd als ik een sloomrijdende L-wagen op zijn bumper zit.

Verkeerde brandstof
De Opel Kadett had een benzinemotor, maar op een middag waarop ik een lief meisje mee wilde nemen naar de film, was ik dat even kwijt en ik goot een flink aantal liters diesel in de tank. De auto reed nog. Kijk, ik schaam mij ervoor dat ik in dat barrel heb gereden, maar moet je zo nodig de verkeerde benzine tanken of tien kilometer doorrijden met de handrem erop, dan is een Kadett uit 1987 jouw auto.

Iemand zei me later dat je best een eindje door kunt rijden met de verkeerde brandstof, zolang je niet stil gaat staan. Helaas was daar de kruising. De verkeerslichten waren rood, dus mag ik het stoplichten noemen. Op dat moment voelde ik mij nog helemaal blits in mijn bruine Kadett (één hand op het stuur, schuin oog naar het meisje op de stoel naast mij), maar toen zei de auto simpelweg: ‘pfut’. Het is altijd op dat soort momenten dat je groen licht krijgt. Achter mij klonk getoeter. Even miste ik de L bovenop het dak en mijn rij-instructeur die de kalmte bewaarde met een wijze opmerking. Gelukkig werd het alweer snel rood, de kleur die de wangen van het meisje naast mij inmiddels ook hadden.

Duwen
Ze leren je met rijles niet wat te doen als je jezelf in dit soort situaties bevindt. Ik besloot de bevallige jongedame achter het stuur te zetten. “Als het groen is, ga ik duwen en dan parkeer jij de wagen daar ergens aan de overkant.” Het werd groen en ik ging duwen. We kwamen vooruit, maar tegen de tijd dat we het midden van de kruising hadden bereikt werd het opnieuw groen, dit keer voor de auto’s die aan weerszijden van ons stonden. Er zitten veel verveeloren onder automobilisten: er werd gas gegeven, gewoon om te etteren.

Die middag werd ik lid van de wegenwacht. Tot op de dag van vandaag ben ik lid. Ik heb ze nooit meer hoeven te bellen. Dat meisje dat die dag naast me zat heb ik overigens ook nooit meer hoeven te bellen.

CC foto: demoversion

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.