Buisjes
We zijn bij de KNO arts. We zitten tegenover de grote, bonkige man. Onze kleine meid zit bij mij op schoot. We zijn daar in het ziekenhuis voor haar. Ze heeft vaak last van oorpijn, een kwaal waar veel kinderen last van hebben. De uitkomst van dit bezoek aan de specialist kan ik voor mijn gevoel al invullen. Ze moet buisjes, geen twijfel over mogelijk. Als de grijzige man mij vraagt wat de klachten zijn, wil ik al bijna zeggen wat hij moet doen: ‘Buisjes erin.’
Zwemles
We vertellen over de klachten van onze dochter. Over oorpijn in de nacht die vaak optreedt, meestal de nacht na zwemles. Het zijn dezelfde klachten als ik had als kind. Middenoorontsteking, ik weet precies wat het is.
‘Laten we maar eens een kijkje gaan nemen,’ zegt de dokter en hij nodigt mijn dochter uit om op de behandelstoel te komen zitten. Met haar kinnetje tegen haar borst schuifelt ze naar de stoel. Ze gaat zitten en begint meteen te snikken. Ik ga bij haar staan. De dokter maakt daar meteen gebruik van door aan mij te vragen of ik haar hoofd vast wil houden, een beetje schuin, zodat hij er makkelijk in kan kijken.
Roze vlek
‘Schatje, dit doet echt geen pijn,’ zeg ik sussend. Ik pak haar hoofdje vast. Dan zie ik de ingang van haar oor op een beeldscherm verschijnen. Moderne techniek in de geneeskunde, daar kan ik elke keer weer helemaal enthousiast van worden. ‘Kijk, je kunt nu ook zelf in jouw oor kijken,’ zeg ik, iets te blij.
‘Nee,’ zegt ze resoluut. Ik voel aan haar hoofd dat ze ermee wil schudden. De camera gaat iets dieper haar oor in en dan zie ik een kleine roze vlek. Ooit mocht mijn vader meekijken in mijn oor. De KNO arts vertelde dat het roze rondje mijn trommelvlies was. ‘Kijk schatje, dat daar is jouw trommelvlies,’ zeg ik. Het is een trip down memory lane voor mij. Dat het voor mijn dochter bittere ernst is beklijft niet.
Topografie
‘Dat ziet er niet goed uit,’ zegt de dokter. Ik mag met Myrthe weer bij het bureau van de KNO arts gaan zitten. Hij legt een tekening op tafel, een doorsnede van het middenoor, een plaatje waar ik bekend mee ben. Ik ken de topografie van het middenoor beter dan die van Brabant. Zijn grote wijsvinger wijst naar de tunnel tussen neus en oor. ‘De buis van Eustachius,’ zeg ik. Ik kan er een spreekbeurt over geven.
‘Precies. Bij kinderen tot zes, zeven jaar is de buis soms te nauw. Dat functioneert allemaal niet goed, maar daar is een eenvoudige oplossing voor.’ Dat weet ik. Ik verwacht dat de arts nu gaat opperen voor buisjes. Zelf kreeg ik die ondingen die zorgen voor een permanente open verbinding tussen middenoor en buitenwereld aangemeten op mijn zesde. Het voelt alsof ik het antwoord weet op de belangrijkste vraag, die van de hoofdprijs. Ik voel de behoefte om het hardop te zeggen. Buisjes!
Neusamandelen
‘Ik wil de neusamandelen verwijderen,’ zegt de arts. De neusamandelen? Die staan helemaal niet op het plaatje. Hij wijst naar waar ze zouden moeten zitten en spreekt het vermoeden uit dat ze heel groot zijn en dat ze de vrije doorgang van lucht door de buis van Eustachius belemmeren. ‘Die buisjes kunnen altijd nog worden ingebracht.’
‘Heeft u nog vragen,’ vraagt de dokter als hij klaar is met de uitleg.
Ik kijk opzij en zie mijn vrouw naar mij kijken. ‘Nee,’ zeggen we dan. Als we opstaan zegt mijn dochter iets, zo zacht dat we het amper kunnen verstaan. Ze stelt haar vraag direct aan de dokter, de belangrijkste vraag en wij zijn hem vergeten te stellen. Ze vraagt het heel zacht, met een bang stemmetje. ‘Gaat het pijn doen?’

