Alsof je nooit weg bent geweest
Wanneer je op weg gaat naar de vakantiebestemming met een caravan, dan hangt dat ding zwaar achter de auto vanwege al het vakantieplezier dat je erin hebt gestopt: ligstoelen, voetballen, waterspuiters, noem maar op. Dat voelt heel anders dan wanneer je wegrijdt van de camping. Dan is diezelfde caravan ineens een gigantisch en log monster dat zich heeft volgepropt met vuile was, vieze tentdoeken en bakken vol troep, kortom: werk.
Schudden met je natte kont
Terugkeren naar huis is weliswaar leuk, want je hoeft niet meer te wachten totdat het niet meer regent of dat de wind goed staat voordat de wifi-verbinding werkt. Je hebt weer een computerbeeldscherm van drieduizend inch in tegenstelling tot het miniatuurscherm van de laptop. Wanneer je onder de douche stapt hoef je dat niet te doen in het opgedroogde sop van een vreemde en je hoeft niet meer elke twintig seconden met je natte kont voor een bewegingssensor te schudden om de warme waterstraal weer te activeren.
Condensvocht
Maar voordat je thuis toekomt aan douchen of het lezen van de mail, moet je eerst die caravan uitruimen. En bijna alles wat je eruit haalt is vies. De wasmachine draait door, de droger ontploft. Er staan allerlei bakken met troep te wachten om te worden uitgesorteerd. Wij hadden amper genoeg bakken bij ons om alle rotzooi in kwijt te kunnen, daarom gebruikten we ook de koelbox als opslag. Alles wat we daarin hebben gestopt heeft de hele middag in het condensvocht liggen drijven. Lekker. En dat is niet alles wat nat is. Wij hebben onze voortent ingepakt terwijl die nog vochtig was.
Vijfhonderdvierentachtig knuffels
Daarom ziet onze achtertuin er inmiddels uit als een ware camping. Overal hangen druipende tentdoeken. Er hangt een flap over het klimrekspeelhuisglijbaanklauterding. Rondom de trampoline zit een beschermnet met hoge stokken, daar hangt de grootste voortent overheen. Nog wat losse flappen mogen een nachtje uitwaaien aan de droogmolen. En het koepeltentje heb ik in elkaar geflanst op ons grasveldje. Mijn dochter vond het maar raar, een tent in de tuin. ‘Moet ik daar nu in gaan slapen?’ vroeg ze. Daar had ze echt geen trek in. Ze wilde gewoon in haar eigen bed slapen, tussen al haar vijfhonderdvierentachtig knuffels, waarvan er maar een mee op vakantie mocht.
Triest moment
Weer slapen in je eigen bed, dat is een genot. We hebben uiteindelijk een groot deel van de vakantietroep lekker achtergelaten en zijn naar ons slaapkamertje gevlucht voor acht heerlijke uurtjes bedrust op een goed, hard matras. Daarna brak de ochtend aan waarop we de caravan weer naar de stalling zouden gaan brengen. Dat vind ik zo’n triest moment, en het beloofde ook nog eens een regenachtige dag te worden. Ik trok mijn kledingkast open. Leeg. Althans, er lagen nog wel wat kleren, maar daar paste mijn buik tien jaar geleden ook al niet meer in. Er zat niets anders op. Ik moest toch iets aan. Al het andere hing nog te drogen.
Enkele uurtjes later stond ik bij de caravanstalling in mijn mooiste pak: het kostuum waarin ik ben getrouwd. Zonder bruid, die zat thuis in haar pyjama te wachten naast de wasdroger.

