Zoiets verzin je niet

Ik liep met mijn grote liefde door een beeldentuin in Florence en wees haar op de vele menselijke gedaanten die het zonder armen moesten stellen. “Kijk,” zei ik terwijl ik mijn onderarmen verborg achter mijn rug, “zonder armen,” met de bedoeling mijn punt te illustreren. Juist op dat moment kwam er een man aanlopen bij wie één arm was geamputeerd. Zoiets verzin je niet, dat gebeurt gewoon.

Zulke momenten vergeet ik nooit meer, maar ik voel me er niet schuldig over. De Italiaan zonder armen, die waarschijnlijk de mannequinpoppen in de etalages beu was en armloze beelden ging bekijken, dacht misschien dat ik hem belachelijk maakte. Het was zuiver toeval. Bedorven voelde ik me nadat ik werd betrapt terwijl ik daadwerkelijk iemand belachelijk maakte. Daarover kan ik soms nog steeds warm van schaamte worden; het is dan ook niet chique om een man die loopt alsof hij onder stroom staat na te apen.

Op de karmaweegschaal hoop ik dat die fout wordt weggecijferd door die keer dat mijn manager boos was op mij vanwege een spotprent die van hem was gemaakt, maar die feitelijk getekend was door een collega die zo onder de indruk was van de explosiviteit van onze manager dat het hem wel prettig leek als ik ervoor opdraaide. En ik ging niet wijzen naar anderen.

Ik hoop nu de leeftijd  te bereiken waarop ik dat soort missers handig omzeil, maar soms houd je het niet tegen, dan zit je op een terrasje in de stad en zie je een vrouw lopen met een belachelijke bloemetjesjurk. Je kunt haar niet ontzien en moet er iets van zeggen. Dan loopt ze recht naar je toe, niet omdat ze hoorde wat je zei, maar omdat haar man vlak achter je zit met een kopje café latte. Zoiets verzin je niet.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.