Verliefd op de dochter van de strontboer

Op weg naar het winverliefdkelcentrum word ik ingehaald door een mevrouw op een scootmobiel. Ik ken haar. Ze woont bij ons om de hoek en maakt graag een praatje. Tijdens een actie van school waarbij ik van deur tot deur moest, heb ik al eens heel lang bij haar voordeur gestaan. Ik kwam maar niet weg. En ze praat heel zacht, met een mondje waarin de tanden ontbreken, dus het is opletten geblazen.

Logopedie
Ook vandaag is ze goedgeluimd. Ze begint te praten over haar man. ‘Negenentachtig, en we hebben net te horen gekregen dat hij niet meer mag rijden. Hij ziet niet zo goed en hij hoort het ook allemaal niet meer. Hij heeft een implantaat.’ Ze wijst naar haar oor en dan glimlacht ze zoals verliefde meisjes dat doen. ‘Ik doe nog elke dag logopedie met hem. En we zijn nog steeds gek op elkaar hoor.’

Viooltje
Als jong meisje ging ik met vriendinnen naar de camping en dan droegen we hier een viooltje,’ ze wijst op haar revers. ‘Dat betekende dat we wilden zoenen. Ik was helemaal niet zo netjes hoor.’ Dan zegt ze dat de vader van haar man er helemaal niet blij mee was dat zijn zoon verliefd was geworden op de camping. ‘Ik was de dochter van een strontboer. En hij de zoon van een welgesteld echtpaar. Hij werd opgevoed door een kindermeisje.’

Stront
De vader van haar vriend stuurde een brief naar haar ouders waarin hij zich laatdunkend uitliet over de mensen. ‘Toen ben ik vanuit Zeeuws Vlaanderen met de pont naar Vlissingen gegaan en van daaruit met de trein naar Dordrecht. Ik heb bij die man aangebeld en me voorgesteld als de vriendin van hun zoon. Nou, je had hem moeten zien kijken. “Ik maak het niet lang,” zei ik. “Mijn ouders zijn strontboeren, maar zonder stront was jij er niet. Want uit stof ontstaat alles en tot stof zal het wederkeren.”’

Hooizolder
Dat gezegd hebbende keerde ze weer terug naar huis. Een week later kwam haar vriend. Hij had moeten kiezen voor haar, of voor thuis blijven wonen. Hij koos voor haar en zijn ouders wezen hem de deur. Maar hij mocht ook niet onder haar dak komen wonen. ‘We waren nog kinderen. Nou, dat zag mijn moeder niet gebeuren hoor. Hij mocht op de hooizolder gaan slapen,’ zei ze en alweer verschijnt die tandeloze, verliefde glimlach. ‘Maar we waren jong hè.’

Koude billen
‘De hond verried ons altijd,’ zegt ze. ‘Maar dan suste mijn vader mijn moeder, want zij was veel strenger dan hij. En dan zei hij: ze hoeven geen koude billen te krijgen. Dat is vijfenzestig jaar geleden. Hij was mijn eerste vriendje en ik zijn eerste vriendinnetje. We hebben dertien kinderen gekregen en we zijn nog steeds gek op elkaar.’

Ze gaat weer verder, naar de winkel om snoepjes tegen het hoesten te kopen voor haar man. Ik draai me om en loop terug naar huis. Alle tijd die ik had om boodschappen te doen is door het vrouwtje volgepraat, maar zo heel erg vind ik dat niet.

Beeld: 123RF

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.