Tuinfrustraties

Grassprietjes die wel groen zijn

De tuin achter ons huis in de Marijkestraat was volledig bestraat toen we ons huis kochten. De stenen waren er door de vorige eigenaar en de buurman heel netjes ingelegd. Ze lagen daar eigenlijk nog maar net, hoorden we van de buurman, toen we bezig waren een groot deel er weer uit te halen. Hij vond het heel jammer, maar ja: wij wilden gras. Een groen veldje om met de blote voeten overheen te lopen. Een plek om te spelen voor de kinderen die we toen nog in de planning hadden. We rolden grasmatten uit en zagen dat het goed was.

Klavertjes
Ze zeggen weleens dat het gras groener is bij de buren. Je hoeft helemaal niet zo ver te kijken voor groener gras. Het groeit ook tussen de stoeptegels. Het groeit eigenlijk op de gekste plekken, behalve dan op de plek waar je wil hebben dat het groeit. Weet je wat daar wel groeit: klavertjes. En geen klavertjes vier hè. Nee, ze brengen ongeluk door allemaal hun driebladige nakomelingen in een kringetje om hun heen te zaaien. En paardenbloemen! Je haalt ze uit het gras, knippert een keer met je ogen en ze staan er weer. Denk je eindelijk mooi groen gras te hebben, blijkt het mos te zijn. Zo’n dun laagje van een millimeter dat wegwaait wanneer je een keer hard niest.

Verticuteerhark
Elk jaar komt de verticuteerhark uit de schuur en dan rijten we het grasveld open, eerst over de lengte, dan over de breedte. We halen gigantische plukken onkruid eruit en strooien een dure doos graszaad leeg. Na het bemesten roepen we: “Het buffet is geopend” en dan komen alle vogels uit de buurt het zaad opeten. Maar ik geef niet op! ‘s Morgenvroeg of laat in de avond rol ik de haspel uit en dan krijgt het gras water. Dat herhaal ik dan een paar dagen, totdat het tijd is om te maaien. Na alle moeite ligt ons grasveld erbij als een schilderij van Piet Mondriaan: vlakken origineel gras naast stukken gras met een heel ander kleurtje. En na een paar dagen zon komen er vlakken verdord gras bij.

Praten
“Je moet tegen het gras praten, daar groeit het van,” zei mijn moeder. “Ik praat er ook tegen,” zei ik. “Maar wat zeg je dan?” Nou blijkt dat gras zo intelligent te zijn dat het zonder oren kan horen dat ik er de lelijkste dingen tegen zeg. “Dan helpt het niet,” zei ze. Daar was ik ook al achter. Ik ben zo ver dat ik de hele sodemieterse boel eruit wil slopen. Egaliseren die bende. Wit zand erover en bestraten die hap. Mijn vrouw is erop tegen. “Ik weet precies hoe dat gaat bij jou, straks hebben we een terras, maar ligt alles schots en scheef,” zei ze. “Ik was anders helemaal niet van plan om het zelf te doen,” zei ik. Met haar handen in haar zij, vroeg ze: “Hoezo?” Ik zei dat ik iemand ken die dat veel beter kan dan ik. Ze was heel benieuwd wie dat dan zou zijn. “Nou,” zei ik. “De buurman.”

Fotocredits: Johannes Plenio via Pexels

Een reactie

  • Geweldig leuk geschreven stuk…niet betegelen hoor dan wordt het veel te warm in de tuin.
    Een heel goed Alternatief als je groen wilt kunstgras! 😉

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.