Tinder

Na een verregende zaterdagochtend breekt de herfstzon voorzichtig door de witte nevel van wolken door. Ik sta buiten tussen geparkeerde auto’s in, verzeild in een hoe-is-het-met-jou-gesprekje met een gescheiden moeder, als ik voor mijn eigen gevoel iets te ongemanierd vraag of ze alweer iets op het oog heeft.
“Nee, maar ik zit wel op Tinder. Je weet wel wat dat is toch?”
“Van horen zeggen, maar ik heb geen idee hoe het werkt,” antwoord ik, wetende dat ik hetzelfde zou zeggen als ik wel precies wist hoe Tinder werkt.

Demonstratie
“Ik kan het je wel laten zien hoor.” Ze pakt haar telefoon, duwt er een paar keer met haar wijsvinger tegen en laat me dan een foto zien van zomaar een kerel. Vervolgens begint ze het portret van de man met haar duim te masseren. “Als ik naar rechts swipe dan like ik hem. Ik kan ook naar boven swipen als het echt helemaal oh la la is. Maar deze swipe ik naar links, want ik word er niet warm van.”
Zodra ze de man met haar duim uit beeld heeft geduwd, verschijnt er een ander hoofd. Een dertiger die te dichtbij zijn camera een selfie heeft gemaakt, waardoor zijn hoofd eruit ziet als een te ver opgeblazen ballon. Voordat ik er wat van kan zeggen is hij van het scherm geveegd. Naar links.
“Eigenlijk is het gewoon een vleeskeuring.”

Afvoeren die hap
De volgende man op het scherm ziet er verzorgd uit, heeft een mooie bos haar, draagt leuke kleding en ziet er voor mijn gevoel een stuk leuker uit dan ik. Ook hij krijgt een swipe naar links en ik vraag me af hoe vaak mijn gezicht zo’n afkeurende veeg zou krijgen als ik een profiel op Tinder had. Neus te dik, weg ermee. Kale bats, afgekeurd. Hoofd te rond, afvoeren die hap. 
“Ik kan ook zien wie mij allemaal leuk vindt.” Er verschijnt een scherm vol kleine hoofdjes. Er staat zelfs een vrouw tussen. “Als je een match hebt, kun je een berichtje sturen. Maar dat durf ik niet. Ik heb zelfs het account niet aangemaakt; dat deed een vriendin en als ze er is stuurt ze ook weleens berichtjes uit mijn naam. Ik hoef niet op tinderdate. Ik ga liever naar de kroeg, zoals vroeger. Met een beetje moeite kan iedereen leuk op een foto staan, maar zo’n plaatje doet me niks. Laatst had ik een date met iemand die ik echt niet aantrekkelijk vond. Het tegendeel zelfs, maar hij had iets bijzonders dat me aansprak.” 

Roddeltante
“Dus eigenlijk heb je niks aan Tinder?” 
“Nee, ik denk dat ik het er binnenkort ook gewoon af gooi,” zegt ze, terwijl ze nog snel wat koppen afkeurt. “Het is alleen…” 
“Wat?” 
Ineens fonkelen haar ogen. “Soms zie je ineens iemand die je kent. Pas nog een vader van school van wie ik weet dat hij een vrouw heeft. En hij is niet de enige. Regelmatig kom ik op Tinder mannen uit Rijen tegen die nog gewoon getrouwd zijn.”
“Echt?” 
Ze begint te swipen alsof ze een aas zoekt in een stok speelkaarten. Tinder is ineens geen vleeskeuring meer, maar een roddeltante. Na zo’n twintig of dertig gezichten geven we de zoektocht naar relationele crisisjes en potentiële echtscheidingen op. Mocht je nou willen weten of jouw partner op Tinder staat, maak dan maar zelf een account aan. Daar zit alleen een heel groot nadeel aan: je staat er dan zelf ook op. 

Fotocredits: Cristian Dina

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.