Stinkende vingers

wernerblog

De vingers van mijn linkerhand stinken. Om de haverklap duw ik ze onder mijn neus en dan snuif ik de geur op. Het zit er nog: de geur van verrotting. Waarschijnlijk zit het tot diep in de poriën, want ik heb me heus wel gewassen. Ik ben zelfs in bad gaan liggen en heb daar met de nagel van mijn wijsvinger onder de andere nagels geschraapt totdat het pijn deed maar nog niet ging bloeden.

Zeep
De vingers van mijn rechterhand stinken ook. Het is een geur die bij het jaargetijde hoort. Elk jaar rond december zit ik er opnieuw mee. Daarom weet ik dat ik er waarschijnlijk nog wel een paar dagen mee rondloop. Ongelooflijk dat geur zo hardnekkig kan zijn. Steeds op onverwachte momenten ruik ik het. Ik hoop maar dat anderen het niet opmerken.

Nagellak
Zelf ben ik het smerige geurtje gaan waarderen, zoals je ook kunt houden van de geur van smeulend hout, omdat het je doet denken aan de gezellige warmte van een haardvuur; en ik ken mensen die niet vies zijn van benzinelucht, of de geur van nagellak. Dat heb ik dus met de rotte lucht van natte bladeren die wekenlang hebben liggen verrotten in de dakgoten van ons huis. Een geur die zich aan mijn vingers hecht als ik mijzelf aan het eind van de herfst ertoe breng de goten uit te baggeren.

Dakgoot
Het is een precair klusje op acht meter hoog. Ik stap uit het raam van de dakkapel en sta dan in de dakgoot. Een richel van zink die vol ligt met de bladeren van de boom die voor ons huis staat. Ik graai erin. Bovenop liggen de droge bladeren, eronder natte drab. Ik draag handschoenen die na een paar keer graaien doorweekt zijn. Ik kniel neer en schep de meurende massa van de goot naar een vuilniszak.

Plof
Als een vuilniszak vol is roep ik ‘van onderen’. De zak is zwaar van al het vocht en ik moet uitkijken dat ik het gewicht van mijn lijf aan de kant van het dak heb wanneer ik de zak naar beneden gooi. Er klinkt een doffe plof, zoals het ook zou klinken wanneer ik zelf na een val van acht meter tussen de struikjes voor ons huis neerplof. Mensen die op straat lopen en het zien gebeuren kijken omhoog. Ze zeggen: ‘Doe je wel voorzichtig?’ of: ‘Ik zou dat niet durven.’

Angst
De ochtend voorafgaand aan de dag waarop ik elk jaar opnieuw in de dakgoot stap, denk ik dat ook: ‘Dat durf ik niet. Hoe kan het dat ik het elk jaar weer doe?’ Ondanks de angst om te vallen, stap ik elk jaar opnieuw in die goot van twintig centimeter breed. Ruim dertig minuten kruip ik door de rotte bladeren en dan is het weer schoon. Daarna ruiken mijn vingers nog dagenlang vies, maar het is een geur die me goed doet. Het is de welriekende stank van de overwinning op mezelf.

Bron beeld: thinkstock

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.