Mijn dromen over Joost

wernerblog

Op dit moment ligt ergens in de Vossiusstraat in Amsterdam mijn manuscript te wachten om te worden gelezen. Mijn werk ligt in de slushpile tussen de creaties van andere schrijvers die ook hun boek willen uitgegeven bij uitgeverij Podium. Uitgever Joost Nijsen publiceert onder andere Ronald Giphart, Aaf Brandt Corstius en Renate Dorrestein. Stuk voor stuk fijne collega’s voor bij de kerstborrel.

Spannend

Vooral vóórdat ik mijn manuscript op de post deed vond ik het heel spannend om deze stap te nemen. Zolang ik het niet had verstuurd had ik nog invloed op het succes van mijn werk. Die paar kleine veranderingen die ik nog in gedachten had konden wellicht van grote invloed zijn. De stress hield aan totdat ik eindelijk de stap nam om het werk op te sturen. Er was daarna niets meer wat ik nog kon doen om het succes van mijn verhaal te beïnvloeden. Het grote wachten begon en dat gaf me rust.

Klimwand

Na een rustige eerste week ging ik ineens onrustig slapen. Ik droomde dat ik in het kantoor van Joost Nijsen was. We begonnen wat over mijn boek te praten en Joost zei dat hij het wel wilde lezen. Het manuscript lag beneden in mijn auto, dus ging ik het snel halen. Terug binnen bleek de binnenkant van het pand ineens veranderd te zijn in een klimwand. Eenmaal boven geploeterd, zag ik dat ik Joosts kantoor alleen kon bereiken door het maken van een onmogelijke sprong van drie meter. Op dat moment werd ik wakker.

Envelop

Vannacht droomde ik opnieuw over mijn favoriete uitgeverij. Ik was op het werk en mijn ouders pasten thuis op de kinderen. Mijn vader belde met het blije nieuws dat er een dikke envelop van Podium op de deurmat was geploft. Wanneer een uitgever post stuurt is het niet goed. Als ze interesse hebben bellen ze wel. ‘Maar er zit wel een uitgebreide brief bij,’ zei hij, in een poging me op te beuren. Ik vroeg hem om de brief voor te lezen en daarna bleef het stil, want mijn vader las de brief voor zichzelf. Ik snauwde tegen de hoorn dat ik gek werd van spanning. Daar reageerde hij alleen maar gepikeerd op.

Mama

‘Geef mama dan maar,’ bitste ik. Prompt had ik mijn moeder aan de telefoon. ‘Kun je de brief van Podium aan me voorlezen?’ vroeg ik. Aan de andere kant van de lijn hoorde ik mijn moeder tegen mijn vader mopperen: ‘Je snapt toch wel dat die jongen wil horen wat er in die brief staat. Nou, geef hier!’ Er klonk geritsel. Zonder een regel uit de brief voor te lezen begon ze te protesteren. ‘Wat hier staat begrijp ik niet hoor. Dat zien ze dus echt helemaal verkeerd hè.’ Wat ze er verder over wilde zeggen hoorde ik niet, want ik maakte me zo kwaad dat ik er wakker van werd.

Vandaag ben ik niet gebeld door Joost Nijsen. Er viel ook geen envelop op de deurmat. Ergens in Amsterdam ligt mijn boek waarschijnlijk nog altijd in de slushpile te rusten. Zolang het daar ligt, lig ik onrustig in bed.

CC foto: Shane Gorski

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.