Mijn dood

Op dagen zoals deze door regenbuien geplaagde, nutteloze zomerdag, denk ik weleens aan de dood. Niet echt een gezellig onderwerp, maar ik heb er vaak over nagedacht, over doodgaan. Als kind vooral over het sterven van mijn ouders. Opa en oma waren oud, dat zij doodgingen hoorde er een beetje bij. Eigenlijk waren ze op dat moment nog zo jong als mijn ouders nu zijn, maar in mijn ogen stonden ze al vlakbij de afgrond. Maar papa en mama, zij waren alles voor mij. Wat als één van hen weg zou vallen? Wat moest ik dan?

Stap te veel
Dat was mijn vroegste angst voor de dood, de dood van een ander. Dat ik zelf ook kan gaan, dat was nog zo onwerkelijk. Kinderen gaan niet dood, denk je als kind, dat hoort bij heel oude mensen. Maar vroeg of laat kom je tot het besef dat het niet alleen grijsaarden zijn die het hoekje omgaan. Zo was er de collega van mijn vader die ziek was en niet meer wilde leven. Hij gooide zichzelf voor de trein. Dat maakte heel veel indruk op mij. Dat was dus ook een mogelijkheid. Wanneer ik over een brug heen fietste en ik keek omlaag, ging er een rilling door mij heen en ik wist: het kan, je kunt een stap te veel nemen en sterven.

Als puber ontwikkelde ik een ontspannen, bijna laconieke houding jegens het einde. Doodgaan, was dat nou wel zo erg? Laat me dat iets nuanceren: ik wilde natuurlijk niet lijden als een terminaal zieke, of pijnlijk verongelukken. Maar een lichaam dat op is loslaten nadat je afscheid hebt genomen van alle geliefden die je nog hebt, voor zo’n dood ben ik niet bang. Dat is de dood die ik wens voor mijzelf. Het leven achterlaten, weten dat je alles hebt gedaan wat binnen je mogelijkheden lag om er een fraaie tijd van te maken voor jezelf en voor iedereen om je heen, dat heeft wel wat. Gaan met het idee dat niets meer hoeft, dat je geen vragen meer hoeft te stellen omdat de dood de behoefte om antwoorden te krijgen wegneemt.

Kinderen
Maar ik heb gemerkt dat je in verschillende fasen van het leven anders kunt denken over doodgaan. Zodra mijn vrouw zwanger werd wilde ik niet gaan zonder te weten wat voor kindje wij zouden krijgen. Werd het een jongen, of een meisje? Hoe zou het eruit zien? Ik was als de dood om geen antwoord te krijgen op al die vragen. En na de geboorte kwam er een nieuwe doodsangst bij, een heel erge, namelijk de angst om een kind te verliezen. Wanneer er één ziek is ben ik helemaal niet op mijn gemak. Eén van die twee verliezen, dat zou me kapotmaken. Ik kan en wil me niet voorstellen hoe dat moet zijn en ik hoop het ook nooit mee te maken.

Ik ben bang om de mensen te verliezen die me dierbaar zijn, ongeacht of zij doodgaan of ik zelf. Sinds ik kinderen heb ben ik me daar veel bewuster van geworden. Zolang we leven lopen we allemaal de kans om te verliezen, ons eigen leven of dat van anderen. Dus ik probeer te genieten totdat het moment komt waarop het zover is. En is het mijn eigen moment, dan hoop ik dat er veel vriendelijke gezichten aan mijn bedrand komen staan en dat het een fijn afscheid zal zijn. Dat ik een leven achter me kan laten dat ik mooi heb kunnen afronden. Ik kan me geen mooier eind voorstellen.

CC foto: chefranden

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.