Mevrouw boodschappenkar

Sommige mensen dragen het gelijk van de wereld bij zich. En ze kunnen het ook niet laten om dat gelijk te verkondigen als ze daar de kans toe krijgen. Zo is er het zeventigjarige vrouwtje met de boodschappenkar. Onze straat bevindt zich tussen haar huis en de Laverije en volgens mij doet ze op een dag minstens twintig keer boodschappen, want ze loopt altijd voorbij op de momenten dat ik toevallig buiten bezig ben.

Vandaag nog. Ik trok gras tussen stoeptegels uit en ik weet heus dat het makkelijker kan met een mesje, of met onkruidverdelger, of met een vlammenwerper. Maar ik had gewoon even behoefte om die paar pollen met de hand te verwijderen. Daar werd ik zen van. Natuurlijk kwam de mevrouw met de boodschappenkar net aanlopen. ‘Morgen gaat het regenen en overmorgen staat het er gewoon weer.’ Weg-zen! ‘En dat kun je toch veel beter schuin afsnijden met een aardappelschilmesje.’ En daar ging ze weer.

Of die keer dat we een kinderfeestje hadden en we met alle kinderen op de fiets ergens heen gingen. Juist toen we ze veilig de weg op wilden sturen en de stoep dus helemaal vol stond met meiden op roze fietsjes met pony’s erop, kwam de vrouw met de boodschappenkar. ‘Ja, zo kan ik er niet door. Dat kan toch niet! Je kunt toch niet zomaar de hele stoep blokkeren.’ We manoeuvreerden speciaal voor haar al dat grut aan de kant en pas toen ze twintig meter verderop was dacht ik: ze had toch ook gewoon aan de overkant kunnen gaan lopen? Daar is toch ook stoep.

Natuurlijk heeft ze gewoon hartstikke gelijk. Zo ook die keer dat we met de buurtvereniging een vergunning hadden om de weg af te sluiten en we dat iets te goed hadden gedaan met onze partytenten. Daar rolde het boodschappenkarretje alweer aan. ‘Ja, dat kan zo toch niet. Hoe moet dat met mensen die slecht ter been zijn? Die kunnen er toch niet langs!’ En alsof karma op ons stond te loeren, kwam er een mevrouw in een invalidenwagentje aan. Meteen sloeg bij mij de moedeloosheid toe.

De vrouw in het wagentje hield halt bij de partytent, stak een paar keer voor- en achteruit en wist erlangs te manoeuvreren. Voordat ze doorreed, keek ze achterom en met lieve appelwangetjes en glimmende oogjes zei ze: ‘Ik kan er prima langs hoor.’ Ik keek triomfantelijk naar de vrouw met de boodschappenkar, maar die liep met hoog opgetrokken schouders verder.

Fotocredits: Fernando de Sousa

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.