Onno Oplossing

Samen met illustrator Francien van Lang werk ik aan een kinderboek over Onno Oplossing. Juffrouw Grutjes en Onno bezoeken allerlei inwoners van het dorp Trobbeldam om hun problemen op te lossen. Onno heeft een bijna magisch vermogen om problemen op te lossen, zodra hij iets lekkers eet wat hij nog nooit heeft geproefd.

Speciaal voor jullie hier een fragment uit het openingsverhaal: Lees verder

Soms doen de grappen het niet

Enkele vrijdagen geleden bevond ik mij voor een uiterst prettig publiek van ongeveer twaalf erg gezellige kleuters. Kinderen van vijf zijn leuke mensen, jammer dat ze niet zo kunnen blijven, want het zouden bijzonder prettige volwassenen zijn. Helaas worden er op een bepaald moment een enorme hoeveelheid hormonen in zo’n lijfje bevrijd en dan is het kwaad geschied: dan worden het irritante pubers en daarvan zullen er velen nooit meer geheel herstellen. Lees verder

Over Maud, en de Dirk die Joep werd

Mijn vrouw was zwanger van ons eerste kind. Samen met wat vrienden verbleven we een lang weekend in een huisje op een bungalowpark. De dames lagen languit in het gras te zonnen. Mijn grote liefde lag op twee kussens met haar buik ertussen. De dames spraken over mogelijke namen voor onze foetus, totdat er discussie ontstond over lelijke namen. Lees verder

Rookmelder instructies

Wij hebben in huis twee rookmelders. Dat is eigenlijk te weinig. In januari ben ik jarig, dus wie dit leest weet meteen een leuk verjaardagscadeau te geven, mocht je willen komen. Vandaag liet één van onze rookmelders ons, door middel van het geven van korte piepjes, weten dat de batterij aan het eind van zijn Latijn was. Ik voorzag het apparaat van nieuwe stroomsap en controleerde meteen de werking van zijn broertje. Lees verder

Babypitstop

De Efteling. Het Witte Paard. Twee ligkussens die worden bezet door baby’s. Rechts een moeder met kirrende babydochter. Links een zwetende vader met chagrijnig zeurende babyzoon. Er staan drie ouders in de wachtrij, waaronder ik, allemaal met een kind op de heup dat is verpakt in een volle luier. Het is een explosie van poeparoma. Op dit soort momenten kan ik mijzelf er beter niet aan herinneren dat ons reukorgaan werkt met stofjes uit de lucht, die we inademen.

De moeder rechts is klaar, het is al de tweede die de prutsende vader rechts inhaalt. Hij is bezig met het ombinden van een nieuwe luier rondom de billen van zijn nageslacht welke aldoor trappelt met diens beentjes. Is het misschien een uitleenbaby, want de man neemt er wel de tijd voor. Achter mij halen moeders hun neus op. Ik kijk achterom, recht in de ogen van een paar moederogen die lijken te zeggen: jij bent er ook één van dat geslacht. Ik geef grif toe: de wachtrij van de Python gaat sneller, maar daar kan ik ook niets aan doen.

Opnieuw is een moeder klaar. Ik gooi mijn dochter op het aankleedkussen en kijk opzij. Twee vaders aan het werk; mijn luierverschonende collega is bezig sokjes aan te trekken. Wat een prutser. Bij het verschonen van een baby laat je zoveel mogelijk kleding aan. Ik zal de dames eens laten zien dat niet alle vaders klunzen zijn als het luiers betreft en begin aan een pitstop waar Guido van Cars nog een puntje aan kan zuigen. Flop: broek omlaag. Rats, rats: plakbandjes los. Flap: het gewicht van de lading trekt de luier los van de billen. Poetserdepoets: glimmende billen. Klabam: luier in de luieremmer. Ik pak de schone luier, leg die onder de billen van dochterlief die al bezig blijkt met een grote plas over haar onderbroek en spijkerbroek. Nu worden ook de luier en mijn rechterhand nat.

Terwijl ik schone kleren uit de verschoontas vis, tilt links van mij de vader zijn dreinende zoon op. De mevrouw met de priemende ogen is nu aan de beurt. Ze legt haar kind op het aankleedkussen en kijkt naar mij met een veelzeggende blik die zoveel zegt als: “Geef het toch op, het zit niet in je genen.” Gelukkig is ze snel weg, als ik eindelijk bezig ben met het aantrekken van sokjes.

Vliegeren

Telkens begon Wessel erover: ‘Pappa, ik wil vliegeren.’ Inderdaad: de boomtoppen zwaaiden naar ons, maar met zo’n vlieger aan de gang, pfff, dat zag ik even niet zitten. Dan maar een saaie papa wezen. Maar vandaag scheen de zon; we zaten al de hele ochtend binnen en het waaide. Dus gingen we op pad met de vlieger voor wat beweging en een frisse neus.
Nu weet ik weer waarom ik een hekel heb aan vliegeren: knopen in het touw, vlieger vast in de boom en vooral erg veel hollen. Zulk soort voorwerpen zijn voor een kind onmogelijk om in de lucht te krijgen, dus ik mocht het werk doen. Kinderen houden het touw vast en beginnen te rennen terwijl achter hen de vlieger zichzelf steeds dieper in de grond boort.
Het voordeel van pappa zijn bij het vliegeren, is dat je zo’n ding in de lucht krijgt! Dus ik hard rennen langs mijn zeurende kindjes die riepen: pappa, nu ik, nu ik. Maar telkens draaide de wind, waarop de vlieger begon te dwarrelen en ik weer moest rennen, maar dan de andere kant uit. Ik heb het park enkele keren doorkruist. Ondertussen zaten mijn zoon en dochter tegen een boom uit te rusten. De enige beweging die ze nog maakten was met hun ogen die mij van de ene kant van het gras naar de andere kant volgden.
Uiteindelijk zei ik: ‘Lusten jullie een ijsje?’ Met twee vliegers onder mijn arm liepen we terug naar huis. Het ijsje smaakte goed na al dat hollen. Nadat de stokjes in de prullenbak waren verdwenen vroeg ik aan Wessel of hij nog een keer wilde vliegeren. Hij trok zijn neus op, schudde heel hard met zijn hoofd en rende snel naar de schommel. ‘Pappa, wil je me duwen.’
Zucht.