Carnaval is niet voor kinderen

Nog een maand, dan is het weer Carnaval. Alle jaren dat ik bij de Scouting zat begon het grootse feest met confettismijtende kinderen. Zolang het verboden is om alcohol in een kind te gieten zullen ze niet weten hoe je Carnaval dient te vieren. Volwassenen trekken een maf pak aan om een weekend lang te kunnen feesten onder gelijken. Kinderen trekken een pak aan en zijn dan ineens Mega-Mindy (schop tegen mijn schenen), Zorro (slaat een zwaard tegen mijn hoofd) of Kabouter Plop (erg verdrietig omdat ze niet Zorro zijn).

Kinderen zijn te klein voor de polonaise: hun armpjes zijn nog te kort; ze trappen elkaar tegen de kuiten. Liever rennen ze zo hard ze kunnen achter elkaar aan, spuiten ze van die gele gummiachtige rotzooi in je gezicht en trachten ze je te wurgen met serpentines. Als ze uitgeraced zijn en het feestje nog lang niet is afgelopen terwijl ze al moe zijn, beginnen ze aan je te hangen en te zeuren. Mag ik dit, mag ik dat. Ik zou ze het liefste naar huis sturen.

Ik weet dat kinderen niets begrijpen van Carnaval omdat ik vroeger ook kind ben geweest en toen begreep ik er ook niets van. Ineens was het zover en dan lag er een kostuum voor me klaar. Ik keek wel drie keer rond op straat om mijzelf ervan te verzekeren dat er andere kinderen in rare pakjes rondliepen, voordat ik verkleed naar school durfde.

In het dorp waar ik opgroeide werden er altijd een aantal Carnavalsfeestjes georganiseerd voor kinderen. Eén bepaald jaar had ik er zin in, ik was inmiddels elf en wilde me eens goed storten in het Carnavalsgedruis, hopende er het meisje waarop ik verliefd was tegen het verklede lijf te lopen. Het was aan de andere kant van het dorp en ik werd er per auto heengebracht door mijn vader. Ik rekende een rijksdaalder af aan de ingang en wandelde de zaal in. Ik wist niet wat ik zag. Overal zaten kleuters.

Het was duidelijk dat ik op het verkeerde feest was beland. Het was een kindermatinee met een clown. Gelukkig zag ik er mijn neefje. Ik ging naast hem zitten, zodat het leek alsof ik daar was om op hem te letten. Er was nog een meisje van school. Niet dat ene leuke meisje gelukkig. Ze zwaaide naar me. “Ik pas op hem, ” zei ik, terwijl ik wees op mijn neefje. “Helemaal niet,” zei hij verontwaardigd.

De voorbereidingen voor Carnaval zijn in volle gang. Het liefst zou ik het negeren en mezelf opsluiten in huis totdat het voorbij is. Maar als het zover is en je weet dat al je vrienden in de kroeg staan te lallen zonder jou, begint het weer te jeuken. Dan trek ik mijn clownspak aan, sluit ik achteraan in de polonaise en drink ik mijn biertjes. En bij het derde glas weet ik weer wat Carnaval is en lal ik lekker mee.

4 comments

  • Leuk geschreven verhaal man!!!
    Chapeau 😉

  • Dankjewel. Dat van die clown is echt gebeurd. Ik heb deze annecdote een tijdje gebruikt als zijnde mijn carnavalstrauma, om zo de polonaise te ontvluchten. Maar ja, als het dan weer voorbij is heb ik toch het gevoel dat ik iets heb gemist.

  • En? Het meisje van de school? Vertel je dat ook nog eens een keer?

  • Hahaha geniaal verhaal dit! Wat heb ik gelachen om de verhalen en jouw schrijfstijl.
    Ik vind trouwens ook echt niet dat Carnaval voor kinderen is hoor. Het is geweldig! Ik ken bijna alleen maar volwassenen die al weken uitkijken naar hét feest van het jaar 😉 En op de gekste manieren verkleed gaan en drinken tot ze erbij neervallen. Lachen man! Maar het blijft natuurlijk voor kinderen ook helemaal geweldig (zonder het drink-deel dan). Lekker vrij van school, gek verkleden en één groot feest!

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.