Breien is niet hip

Werd iemand op een dag gewoon wakker met het idee: breien is weer hip? Breien is niet hip. Breien was bezigheidstherapie voor bejaarde vrouwen, die (tik, tak, tik, tak) visite konden ontvangen, (tik, tak, tik, tak) televisie konden kijken en terwijl wij met pleisters op onze blote knieën tussen de tafelpoten door kropen (genietend van het rustgevende tik, tak, tik tak), truien konden breien voor de kleinkinderen. Lelijke truien, gemaakt van allerlei afzichtelijke kleuren wol, die vervolgens in de kast verdwenen om er alleen met de verjaardag van oma weer uit tevoorschijn te komen. Dat ze muf stonken maakte toch niets uit, alles in een straal van drie meter rondom oma geurde ook zo.

Per ongeluk droeg ik ooit één van mijn omatruien, terwijl ik naar school ging: de paarse met vliegtuigknoopjes. Het was altijd mijn favoriete trui geweest in de periode dat ik nog onbevangen breiwerk durfde te dragen. Dan speelde ik met de knoopjes scènes uit Apocalypse Now na, ook al had ik die film nog nooit gezien. Een vriendin die is blijven hangen uit die tijd, herinnert mij nog vaak met veel plezier terug aan mijn trui met vliegtuigknoopjes. Soms rollen de tranen van het lachen daarbij over haar wangen. Dan begin ik over het vriendje dat zij destijds had, en is het evenwicht weer snel hersteld.

In 2006 was er plots een opleving. Breien moest weer hip zijn. De jeugd trapte erin en kocht massaal breinaalden, zo ook mijn vrouw. Zij kende niet de vernedering die je voelde als de handenarbeidjuf over haar halvemaans brilglazen op je neerkeek om vervolgens je breiwerk bestaande uit knopen in plaats van lussen, compleet af te keuren, uit te trekken om je daarna weer naar je plek te wijzen, waar het verschrikkelijke steek, haal over, af laten gaan, weer van voor af aan kon beginnen, wat leidde tot de grootst mogelijke frustratie die mijn achtjarige lijf destijds kon genereren. Breien was het ergste dat bestond. In mijn hel stond de duivel alle overleden schoften op te wachten met breinaalden in zijn handen: hier, breien jij!

Breien jij!

Ineens lagen er breinaalden in ons huis. Tussen de naalden in ontstond een sjaal. Een aantal avonden klonk opnieuw tik, tak, tik, tak, in mijn omgeving. Op maandag paste mijn moeder op onze kindjes, zij haalde dan de fouten uit het breiwerk van mijn vrouw, om de enkele uitgetrokken centimeters daarna keurig te herstellen. Zij gaf mijn vrouw nuttige tips, zoals: rag de breinaalden door je haar, om ze vet te maken, dat breit dan weer gemakkelijker. Mijn oma stak ze wel eens in haar oor, niet om de punten te smeren, maar omdat het hielp tegen de jeuk.

Het is nu vier jaar later. Het breiwerkje van mijn vrouw ligt in de kast. Er bestaat geen nek in de wereld die zo dun is dat de sjaal er omheen past. Een chihuahua zou het kunnen dragen als poncho, als je een gat zou knippen in het midden. Ik vroeg mijn vrouw onlangs of ik de wol en de breinaalden op Marktplaats mocht zetten. Helemaal fout. Dat wollen zakdoekje waarin alleen een kabouter zijn neus kan snuiten, mocht niet weg, dat had bloed, zweet en tranen gekost om te maken. Ik vroeg of ik het dan op tafel mocht leggen, zodat ze het kon voltooien.

“Nee,” zei mijn vrouw. “Leg maar gewoon terug in de kast.” En daar ligt de sjaal tot op de dag van vandaag nog steeds, want breien is niet hip. Breien is stom.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.