Borsthoning

De titel van deze blog had ook Jodenvet kunnen zijn, want naast de benamingen massé en sikkevet ken ik persoonlijk dit snoepgoed beter onder de noemer Jodenvet. Maar het beeld dat mijn brein vormt bij de naam borsthoning bevalt me ook goed. Vroeger was de aankoop van deze harde smulblokken de voornaamste reden waarom ik zonder te zeuren mijn ouders achterna zeulde tijdens hun wekelijks bezoek aan de rommelmarkt in Baarle-Nassau. Elke avond schraapte ik mijn tanden langs de calorierijke zoetigheid.

Borsthoning was een bijproduct dat zich afzette tegen machines waarmee aardappelmeel werd verwerkt. In de jaren tachtig werd het productieproces gewijzigd. Op een bittere zondag kreeg ik van een snoephandelaar te horen dat de mand die weken daarvoor nog goed was gevuld, geen jodenvet meer zou bevatten. De teleurstelling was vergelijkbaar met de keer dat mij werd verteld dat mijn drie buurmeisjes gingen verhuizen.

Gelukkig is er Oost-Europa, het gebied waar niet zo zeer naar hygiëne wordt gekeken en waar men heeft ontdekt dat Nederland een goed afzetgebied vormt voor de witte substantie die ontstaat als bijproduct bij de productie van maïsmeel. Borsthoning wordt weer verkocht in Nederland en ik kocht onlangs drie flinke zakken, om ’s avonds te ontdekken dat ik weliswaar nog altijd verknocht ben aan het spul, maar dat ik tanden heb die twintig jaar ouder zijn. Mijn gevulde kies bleek no match voor een blok borsthoning.

Een reactie

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.